Hoofdstuk 22 – Anamnese
Hoofdstuk 22
ANAMNESE
Willemien de Vries en Zehre Yüksel
Inleiding
Het doel van de anamnese is om een helder beeld te krijgen van de klachten van het kind, zodat de oorzaak kan worden vastgesteld of een differentiaaldiagnose kan worden opgesteld. Bij jonge kinderen wordt de anamnese meestal via de ouders (heteroanamnese) afgenomen. Bij oudere kinderen wordt vaak een combinatie van directe anamnese en heteroanamnese gebruikt. Het is belangrijk om tijdens de anamnese zoveel mogelijk contact te maken met het kind en zijn vertrouwen te winnen, wat ook helpt bij het verkrijgen van een eerste indruk van het kind, de ouders, en hun interactie.
De speciële anamnese richt zich op de hoofdklacht en bijkomende klachten. Afhankelijk van de aard van de klachten en de antwoorden op de gestelde vragen, kunnen verdere vragen gericht zijn op orgaanspecifieke of ziektespecifieke aspecten. In de praktijk worden deze vragen vaak door elkaar gesteld, waardoor het onderscheid soms moeilijk te maken is.
Na de speciële anamnese volgt de algemene anamnese, waarbij systematisch gegevens worden verzameld over de algemene gezondheidstoestand van het kind. Dit omvat:
Medische Voorgeschiedenis
Familieanamnese
Vaccinatiestatus
Medicatiegebruik/zelfzorgmiddelen/homeopathie/kruiden
Intoxicatie: alcohol, drugs
Eet- en Drinkgedrag
Deze aspecten helpen om een volledig beeld te vormen van de gezondheid en leefstijl van het kind.
Klachtgerichte anamnese:
Voedingsproblemen
Bij het onderzoeken van voedingsproblemen is het essentieel om ouders te vragen hun zorgen zo gedetailleerd mogelijk te beschrijven, aangezien veel 'problemen' vaak leeftijdsgebonden en onschuldig zijn. Belangrijke aspecten om na te vragen zijn:
- Voedingspatroon: Frequentie, hoeveelheid, variatie, en specifieke diëten.
- Verloop van Maaltijden: Weerstand bij eten, anticiperend kokhalzen, slikklachten, passageklachten, reflux en de duur van de maaltijden.
- Voedingsomstandigheden: Gebruik van dwang, afleidingsmanoeuvres en de invloed van slaap op het eetgedrag, evenals het eetgedrag bij voeding aangeboden door anderen.
- Allergische Klachten: Aanwezigheid van andere allergische klachten of een positieve familieanamnese voor allergieën, wat kan wijzen op voedselallergie.
Bij een kind met afwijkend voedingsgedrag dient anamnestisch naar de volgende alarmsymptomen gevraagd te worden:
- Orale en mondmotorische afwijkingen zoals ongecoördineerd slikken, dysfagie, odynofagie (pijn bij slikken)
- Spugen, recidiverende KNO- en luchtwegproblematiek
- Afwijkende defaecatie zoals diarree, obstipatie, ontkleurde ontlasting, bloedbijmenging
- Neurologische symptomen
Ondervoeding en Groeivertraging
Bij het onderzoeken van ondervoeding en groeivertraging is het cruciaal om te bepalen wanneer de lengtegroei of gewichtstoename is gaan afbuigen. Het proces omvat de volgende stappen:
- Groeigegevens Verzamelen:
- Intra-uteriene Groei: Vraag naar de groei tijdens de zwangerschap, geboortegewicht en groeigegevens van het consultatiebureau.
- Puberteitsontwikkeling: Documenteer de puberteitsontwikkeling, het tijdstip van menarche en de lengte van beide ouders.
- Symptomen en Gezondheidsklachten:
- Maag-darmklachten: Verzamel informatie over braken, buikpijn en diarree.
- Vraag naar overige gezondheidsklachten die van invloed kunnen zijn.
- Voeding en Eetlust:
- Voedingsanamnese: Voer een zorgvuldige voedingsanamnese uit om inzicht te krijgen in de voeding en eetlust van het kind.
- Persoonlijke Voorgeschiedenis:
- Chronische ziekten: Onderzoek de aanwezigheid van chronische ziekten of therapieën die invloed kunnen hebben op de voedingstoestand, zoals verminderde inname of verhoogde verliezen.
- Familieanamnese:
- Voedingsproblemen en erfelijke aandoeningen: Vraag naar voedingsproblemen en relevante erfelijke aandoeningen binnen de familie.
Door deze uitgebreide benadering kan een gedegen beoordeling worden gemaakt van de ondervoeding en groeivertraging, en kunnen passende interventies worden ingezet.
Spugen, Overgeven, en Braken
Bij het evalueren van spugen, overgeven en braken is het belangrijk om een grondig beeld te krijgen van de aard en frequentie van deze symptomen. Dit omvat de volgende overwegingen:
- Symptoomomschrijving:
- Wat verstaan ouders onder spugen: Vraag ouders naar hun interpretatie van de klacht en hoe zij het fenomeen beschrijven.
- Verloop van het spugen: Onderzoek hoe het spugen verloopt, of het kind vooraf kokhalst, of het voeding doorslikt, en of er misselijkheid aanwezig is.
- Beschrijving van het braaksel: Vraag naar de kenmerken van het braaksel, zoals kleur, consistentie en eventuele aanwezigheid van bloed.
- Frequentie en Timing:
- Frequentie en hoeveelheid: Informeer naar hoe vaak het overgeven voorkomt en de hoeveelheid braaksel per keer.
- Tijdstippen van optreden: Vraag op welke momenten van de dag of na welke activiteiten het spugen plaatsvindt.
- Uitlokkende momenten: Identificeer mogelijke uitlokkende factoren, zoals bepaald voedsel (kruidig of vet), activiteiten (sporten, bukken), intoxicaties (cannabis).
- Geassocieerde Klachten:
- Symptomen: Vraag of het spugen gepaard gaat met andere symptomen zoals apneus, piepende ademhaling, stridor, hoesten, heesheid, zuurbranden, of pijn op de borst.
- Andere Gezondheidsklachten:
- Allergische en neurologische problematiek kunnen bijdragen aan het spugen.
- Somatische Oorzaken en Alarmsymptomen:
- Frequentie en alarmsymptomen: Overweeg een somatische oorzaak bij frequent spugen in combinatie met alarmsymptomen zoals projectielbraken, persisterend spugen met gewichtsstilstand of -verlies en neurologische symptomen
- Zelfopgewekt vs. niet zelfopgewekt: Maak onderscheid tussen zelfopgewekt braken en braken dat niet zelfopgewekt is.
Door deze details zorgvuldig te verzamelen, kan een beter begrip worden verkregen van de mogelijke oorzaken en gevolgen van het spugen, en kan gerichte diagnostiek en behandeling worden ingezet.
Buikpijn
Bij het onderzoeken van buikpijn is het cruciaal om systematisch mogelijke oorzaken te identificeren en functionele buikpijn zorgvuldig te onderscheiden van andere aandoeningen. De anamnese speelt hierbij een sleutelrol. Hieronder volgen de belangrijkste aspecten die moeten worden onderzocht:
- Frequentie en Timing:
- Wanneer treedt de buikpijn op?: Vraag wanneer de buikpijn optreedt—de hele dag, dagelijks, enkele keren per week, of minder vaak.
- Frequentie: Noteer hoe vaak de buikpijn voorkomt en of er een patroon is in de frequentie van de klachten.
- Locatie en Karakter:
- Waar in de buik?: Vraag naar de specifieke locatie van de pijn in de buik—is het meer aan de onderkant, bovenkant, of in een andere specifieke regio?
- Karakter van de pijn: Onderzoek of de pijn zeurend, stekend, krampachtig, of op een andere manier aanvoelt.
- Relatie met Andere Factoren:
- Voeding: Vraag of er een relatie is tussen de pijn en het eten van bepaalde voedingsmiddelen.
- Defecatie: Onderzoek of de pijn gerelateerd is aan de stoelgang, zoals constipatie of diarree.
- Stress: Beoordeel of stress of emotionele factoren een rol spelen in de buikpijn.
- Menstruatie: is de buikpijn gerelateerd aan de cyclus?
- Geassocieerde Symptomen:
- Andere maag-darmklachten: Vraag of de buikpijn gepaard gaat met andere symptomen zoals misselijkheid, braken, of obstipatie.
- Psychosociale Aspecten:
- Gevolgen van de buikpijn: Let op de impact van de buikpijn op het dagelijks leven van het kind, zoals schoolverzuim, verminderde deelname aan sportactiviteiten, of sociale isolatie.
- Mogelijke oorzaken: Onderzoek psychosociale factoren die bijdragen aan de buikpijn, zoals spanningen, problemen op school, gezinsproblemen, of eventuele tekenen van seksueel misbruik.
Door een grondige anamnese uit te voeren en alle relevante aspecten te overwegen, kan een beter inzicht worden verkregen in de oorzaak van de buikpijn en kan een passende diagnose en behandeling worden vastgesteld.