Hoofdstuk 4 – Functionele buikpijnsyndromen bij kinderen

Werkboek Kinder-MDL › Hoofdstuk 4 – Functionele buikpijnsyndromen bij kinderen

Hoofdstuk 4

Functionele buikpijn syndromen bij kinderen

Michael Groeneweg, Arine Vlieger, Sabine Theuns-Valks

Inleiding

Chronische buikpijn is één van de meest voorkomende symptomen op de kinderleeftijd, met een mondiaal gepoold prevalentiecijfer van 7 %. (1)

In 2 tot 4% van de consulten bij de kinderarts is chronische buikpijn de reden van de komst. Bij ongeveer 90% van de kinderen die zich presenteren met buikpijn wordt geen organische oorzaak gevonden en is er dus sprake van een vorm van functionele buikpijn. De impact van functionele buikpijn op het leven van deze kinderen en hun families kan aanzienlijk zijn; de kwaliteit van leven is gemiddeld slechter dan die van gezonde kinderen en vergelijkbaar met die van kinderen met een inflammatoire darmziekte. Daarnaast leidt chronische buikpijn vaak tot een hoge mate van schoolverzuim en zijn de kosten van gebruik van gezondheidszorg aanzienlijk. Ook hebben adolescenten met chronische buikpijn een verhoogd risico op het ontwikkelen van een depressie of angststoornis.

In tabel 1 wordt de differentiaal diagnose van buikpijn bij kinderen uitgewerkt.

De belangrijkste oorzaak van buikpijn bij kinderen is wat tot nu toe als: ‘functionele buikpijn’ werd benoemd. Internationaal zijn door de Rome Foundation criteria gedefinieerd onder de noemer: functionele buikpijn aandoeningen. (2). Dit zijn: het prikkelbaar darmsyndroom, functionele dyspepsie, abdominale migraine en functionele buikpijn – niet anders gespecificeerd. Recent is dit cluster van buikpijnaandoeningen gedefinieerd als: aan buikpijn gerelateerde aandoeningen van de interactie tussen het brein en de darm (abdominal pain-related disordes of gut-brain interaction). De definities beschrijven we hieronder.(3)

Met betrekking tot de diagnostiek en behandeling is er een Nederlandse richtlijn: ‘buikpijn bij kinderen’ (richtlijnendatabase.nl)(4). Deze richtlijn vormt de basis voor dit hoofdstuk, samen met de in 2025 gepubliceerde internationale richtlijn (3). In dit hoofdstuk geven we ook aandacht voor het Anterior Cuteanus Nerve Entrapment Syndrome (ACNES). Dit is een bijzondere, doch zeldzame oorzaak voor buikpijn bij kinderen, waarbij een zenuwtakje in de buikhuid bekneld raakt.

Buikpijn als aandoening als gevolg van de verstoring in de hersen-darm interactie

Er is toenemend inzicht in de pathofysiologie van functionele buikpijn, die evident multifactorieel is. Zo spelen intestinale componenten vaak een luxerende rol, bijvoorbeeld via voorafgaande gastro-intestinale infecties of een verandering in het microbioom (bijv. door antibiotica). Centrale factoren zijn ook belangrijk, met een verhoogde kans op functionele buikpijn bij kinderen met angst of depressie, stress thuis of op school, bepaalde karaktertrekken zoals perfectionisme of overgevoeligheid, en seksueel of fysiek misbruik. Ook lijkt er een erfelijke component te zijn; de meeste kinderen hebben een vader of moeder met vergelijkbare klachten, maar studies met monozygote en dizygote tweelingen zijn inconclusief.( figuur 1). Tenslotte zijn er aanwijzingen voor een verhoogde activatie van het enterische zenuwstelsel.

Definitie

Het prikkelbaar darmsyndroom, functionele dyspepsie, abdominale migraine en functionele buikpijn – niet anders gespecificeerd worden internationaal gedefinieerd door de Rome Foundation, en zij vormen een onder deel van de Rome IV criteria. In 2026 zullen de Rome V criteria worden gepubliceerd. Overigens kan het onderscheid tussen deze aandoeningen lastig zijn omdat er soms een overlap is, dan wel dat de klachten in de tijd veranderen met bijvoorbeeld eerst geen en later wel een verandering in het ontlastingspatroon.

Prikkelbaar darmsyndroom

Buikpijn die tenminste 4x per maand optreedt en geassocieerd is aan een of meer van de volgende 3 omstandigheden:

  • buikpijn is gerelateerd aan het hebben van ontlasting
  • buikpijn treedt op bij een verandering in de frequentie van de ontlasting
  • buikpijn is gerelateerd aan (een verandering in) de vorm van de ontlasting

Bij kinderen met prikkelbaar darmsyndroom is er geen vermindering van de buikpijn na behandeling van de obstipatie (bij kinderen bij wie de pijn vermindert na laxeren, is sprake van functionele obstipatie, niet van prikkelbaar darmsyndroom).


Functionele dyspepsie

Op tenminste 4 dagen per maand (en tenminste gedurende twee manden) is sprake van de volgende hinderlijke symptomen:

  • Postprandiaal vol zitten
  • Snel verzadigd zijn
  • Epigastrische pijn/ branderig gevoel, niet geassocieerd met het hebben van ontlasting
  • De buikpijn is niet volledig te verklaren door een andere aandoening

Er worden binnen de functionele dyspepsie twee subtypen geformuleerd:

Postprandiaal distress syndroom. Hierbij is sprake van hinderlijk gevoel van vol zitten en snel verzadigd zijn na een maaltijd, zodat de volledige maaltijd niet genuttigd kan worden. Bijkomende symptomen zijn: misselijkheid en boeren.

Epigastrisch pijnsyndroom. Hinderlijke pijn (zwaar genoeg om dagelijkse activiteiten te beïnvloeden) of branderig gevoel in epigastrio. De pijn is niet gegeneraliseerd, en ook niet gelokaliseerd elders in de buik of thorax. De pijn wordt niet minder na defecatie of het laten van winden. Ondersteunde criteria: 1. branderige pijn, niet retrosternaal, 2. pijn wordt meestal uitgelokt door eten, maar kan ook tijdens vasten optreden.

Abdominale migraine

Er is sprake van abdominale migraine als de patiënt voldoet aan al de volgende kenmerken (die dan minimaal 2 keer optreden):

  • Paroxysmale episoden van intense, acute peri-umbilicale, midline of diffuse buikpijn die tenminste 1 uur of langer aanhoudt (buikpijn is het meest ernstige en meest verontrustende symptoom),
  • Er is een klachtenvrij interval van weken tot maanden
  • De pijn is invaliderend en beïnvloedt het dagelijks functioneren
  • Er is stereotype patroon van symptomen in de individuele patiënt
  • De pijn is geassocieerd met 2 of meer van de volgende symptomen:

anorexie, misselijkheid, braken, hoofdpijn, fotofobie, bleek zien.

  • Na gepaste evaluatie is de buikpijn niet volledig te verklaren door een andere aandoening

Functionele buikpijn ‘Niet Anders Omschreven’

Tenminste 4x per maand is sprake van alle drie de volgende symptomen:

  • Episodisch of continue buikpijn die niet optreedt bij fysiologische momenten (zoals: bij eten, of bij menstruatie)
  • Onvoldoende criteria om te kunnen spreken van een prikkelbaar darmsyndroom
  • Na gepaste evaluatie is de buikpijn niet volledig te verklaren door een andere aandoening

Aanvullend onderzoek bij chronische buikpijn

Meestal kan aan de hand van een goede anamnese met aandacht voor voorgeschiedenis, klachtenpatroon, beloop, luxerende omstandigheden, en familieanamnese, en het lichamelijk onderzoek de diagnose worden gesteld. Het is belangrijk hierbij alert te zijn op alarmsymptomen (tabel 2)

Bij afwezigheid van alarmsymptomen wordt geadviseerd slechts beperkt onderzoek te doen (zie richtlijn: buikpijn bij kinderen): CRP, bloedbeeld en coeliakie screening (TTG-IgA). Veel artsen voegen tegenwoordig bij kinderen vanaf 6 jaar ook een fecaal calprotectine toe, aangezien deze sensitiever is dan een bloedbeeld en CRP bij het minder waarschijnlijk maken van IBD Indien de buikpijn gepaard gaat met diarree, dient men te testen op Giardia lambliae (feces PCR).

Indien er wel alarmsymptomen zijn, dan wel als het eerste aanvullend onderzoek afwijkend is, kunnen beeldvorming of een endoscopie noodzakelijk zijn. Er is geen indicatie voor het verrichten van ademtesten, een genetische test naar een lactase deficiëntie, noch voor het testen op Helicobacter Pylori in de feces.

Behandeling

In dit onderdeel wordt vooral ingegaan op de behandeling van functionele buikpijn en prikkelbaar darmsyndroom. Abdominale migraine wordt behandeld volgens de migraine richtlijnen met aanvalsbehandeling (pijnstilling en zo nodig een anti-emeticum) als eerste optie. Bij functionele dyspepsie wordt vaak zuurremming voorgeschreven en bij uitblijven resultaat zal sneller worden besloten tot een gastroscopie. Dat neemt niet weg dat ook bij functionele dyspepsie onderstaande behandelingen een rol kunnen hebben.

De behandeling van FAP of IBS dient allereerst te beginnen met validatie van de klachten en adequate uitleg van de oorzaak. Er moet worden benadrukt dat de pijn reëel is, maar dat er gelukkig niet iets ernstigs aan de hand is in de darm. Hierbij dient duidelijk te worden verteld wat de diagnose is: “ik weet wat je hebt, namelijk het prikkelbare darm syndroom (of functionele buikpijn).” Te vaak nog wordt er door huisartsen en kinderartsen aangegeven dat er niets is gevonden, waardoor ouders en patiënt niet gerustgesteld zijn en ook niet open staan voor de behandelopties die vervolgens worden gegeven. Door gebruik te maken van de metafoor van een ‘te gevoelig afgesteld alarm’, kan worden uitgelegd hoe er bijvoorbeeld buikpijn kan ontstaan na het eten van een gewone maaltijd. Ook kan worden besproken dat het primaire doel van de behandeling niet is de buikpijn volledig te elimineren, maar de symptoomlast voldoende te verminderen zodat normaal functioneren hersteld wordt, dagelijkse activiteiten hervat kunnen worden en school- en/of werkverzuim geminimaliseerd wordt.

Na deze eerste stap kan er worden gestart met medicamenteuze interventies, psychologische behandelingen of supplementen, uiteraard in shared decision met ouders en kind. Er is nog altijd geen effectief geneesmiddel tegen functionele buikpijn, maar dat betekent niet dat er niets kan worden voorgeschreven. Vele studies hebben een hoog placebo-effect laten zien met 40 tot 50% van de kinderen die adequate verbetering van hun klachten ervaren. Mebeverine, pepermunoliecapsules en zelfs gewone pepermunt snoepjes zijn voorbeelden van middelen die een dergelijk placebo-effect kunnen bewerkstelligen met slechts minimale bijwerkingen en kosten. Belangrijker dan wat wordt voorgeschreven is de manier waarop. Hoe hoger de verwachtingen van een kind bij een bepaald middel, hoe groter het effect. In derdelijns ziekenhuizen wordt soms Amitriptyline voorgeschreven, maar alleen als behandelingen zoals hieronder niet effectief zijn gebleken.

Vanuit de internationale richtlijn worden hypnotherapie en cognitieve gedragstherapie aanbevolen als de behandelingen van keuze, omdat hiervoor het meeste bewijs van effectiviteit is .(3) Beiden richten zich op de invloed van het brein op de darmen en de interactie tussen die twee. Hypnotherapie is een behandeling waarbij een kind wordt meegenomen in visualisaties waarbij ondertussen therapeutische suggesties worden gegeven, gericht op ego-versterking van het kind, normalisatie van de darmen en de zenuwen, en algehele ontspanning.(6) Deze behandeling kan face to face worden gegeven via een therapeut, maar er is ook een onlineprogramma beschikbaar met 5 standaard hypnose oefeningen waar een kind dagelijks naar kan luisteren gedurende 12 weken. Deze thuisbehandeling is non-inferieur gebleken aan de individuele behandeling en is evident kosten-effectief (www.hypnosebijbuikpijn.nl). Het is hierbij belangrijk vooraf goede uitleg te geven over wat hypnose is en vooral ook wat het niet is, gezien de nog altijd vele misconcepties over hypnose. De hierboven genoemde website bevat video’s met uitleg hierover. Ook is het aan te raden om een kind tijdens deze behandeling tussentijds te bellen om hem/ haar te motiveren door te gaan met luisteren aangezien verbetering van de buikpijn niet altijd in de eerste weken al plaats vindt.

Cognitieve gedragstherapie is een behandeling die wordt gegeven door kinder- en jeugdpsychologen waarbij aandacht is voor onder meer catastroferende gedachten over de buikpijn, luxerende en in standhoudende factoren, en pijn vermijdend gedrag zoals schoolverzuim. Een Nederlands onderzoek liet zien dat deze behandeling minder effectief is bij introverte kinderen.(7)

Doordat er vaak buikpijn ontstaat na een maaltijd, denken veel ouders dat de oplossing moet liggen in een aangepast dieet of voedingssupplementen. Waarschijnlijk is er echter sprake van een pijnlijke gastro-colische reflex na een maaltijd; er is geen bewijs dat de pijn samenhangt met een bepaald voedingsmiddel. Het populaire FODMAP dieet, dat zich richt op het weglaten van gasvormende producten, blijkt bij kinderen niet effectief. Het toevoegen van vezels daarentegen kan wel worden overwogen, zeker als het dieet niet vezelrijk blijkt. Beïnvloeding van het microbioom met probiotica (en zeker met de stam Lactobacillus rhamnosus GG) heeft bij kinderen met PDS enig positief effect.(4)

Tot slot wordt percutane zenuwstimulatie van het oor aangeraden. Deze behandeling is echter zeer prijzig, heeft een kortdurend effect en is nog niet in Nederland verkrijgbaar.

ACNES

Bij het buikwandpijnsyndroom ACNES (Anterior Cutaneous Nerve Entrapment Syndrome) ontstaat er pijn door een zenuwbeknelling in de buikwand op de rand of in het midden van de rechte buikspieren. De pijn varieert van een dof gevoel dat verergert door aanspannen van de buikspieren tot en met dagelijks, invaliderende onhoudbare (zenuw)pijn. Bij ACNES komen viscerale verschijnselen voor zoals misselijkheid en braken, en gaat soms samen met meer algemene buikpijn klachten, waardoor de diagnose vaak niet meteen wordt gesteld.

De exacte incidentie van ACNES (Anterior Cutaneous Nerve Entrapment Syndrome) bij kinderen is niet bekend, maar het is een zeer zeldzame aandoening die ook bij kinderen kan voorkomen en vaak niet direct wordt herkend. ((8,9). Het “punctum maximum” is de plek van maximale pijn in de buikwand, die duidelijk toeneemt bij het aanspannen van de buikspieren (Carnett test) of bij het samenknijpen van de huid en subcutis op die plek (Pinch test). Vaak is de gevoeligheid van de huid ter plaatse ofwel verscherpt (hypersensibilisatie) of verminderd (hyposensibilisatie). Als diagnosticum wordt een injectie met Lidocaine 1% (1-2 ml, afhankelijk van de leeftijd tot 5 ml) gegeven op de pijnlijke plek, bij voorkeur door ervaren professionals, waarbij de pijn (tijdelijk) vermindert. Er kan sprake zijn van een placebo-effect en daarom moet dit beeld gezien worden in een breder plaatje van (functionele) buikklachten. Daarnaast verdient de psychosociale impact van klachten de nodige aandacht. Als herhaalde injecties onvoldoende effect hebben, kan een PRF (pulsed radio frequency)– behandeling in een pijnteam de volgende stap zijn. Bij persisteren van pijnklachten wordt door middel van een (chirurgische) neurectomie, het betreffende zenuwtakje doorgenomen.

Literatuur

1. Vermeijden N, De Silva L, Manathunga S, et al. Epidemiology of Pediatric Functional Abdominal Pain Disorders: A Meta-Analysis. Pediatrics 2025;155-59.

2. Hyams JS, Di Lorenzo C, Saps M, Shulman RJ, Staiano A, Van Tilburg M. Childhood functional gastrointestinal disorders: child/adolescent. Gastroenterology 2016;150:1456-68

3. Groen J, Gordon M, Chogle A, Benninga MA, Borlack R, Borrelli O et al. ESPGHAN/NASPGHAN guidelines for treatment of irritable bowel syndrome and functional abdominal pain-not otherwise specified in children aged 4-18 years. J Pediatr Gastroenterol Nutr 2025:1-30.

4. Functionele buikpijn bij kinderen. Richtlijnendatabas.nl. Diagnostiek bij functionele buikpijn – Richtlijn – Richtlijnendatabase

5. Thapar N, Benninga MA, Corwell MD, Di Lorenzo C, Mack I, Nurko S et al. Paediatric functional abdominal pain disorders. Nature Rev Dis Prim 2020;1-23.

6. Vlieger AM, Assa A, Borelli O, et al. Hypnotherapy in Pediatric Gastroenterology. J Ped Gastroenterol Nutr 2023:76:9-13.

7 Van der Veek SM, Derkx BH, Benninga MA, Boer F, de Haan E.Cognitive behavior therapy for pediatric functional abdominal pain: a randomized controlled trial.. Pediatrics. 2013;132:e1163-72.

8. Siawash, M., de Jager-Kievit, J. W., Ten, W. T. A., Roumen, R. M., & Scheltinga, M. R. Prevalence of anterior cutaneous nerve entrapment syndrome in a pediatric population with chronic abdominal pain. J Ped Gastroenterol Nutr 2016;62(3): 399-402.

9. Startpagina – Anterior Cutaneous Nerve Entrapment Syndrome (ACNES) – Richtlijn – Richtlijnendatabase

Tabel 1 Differentiaal diagnose van chronische buikpijn

Intra-abdominaal
Ontsteking, infectie
Obstructie
Motiliteit, functioneel
Voedselintolerantie
Milt, lever en galwegen, pancreas
Extra-intestinaal
Chronische appendicitis
Eosinofiele gastro-intestinale aandoening
Gastro-oesofageale refluxziekte
Helicobactergastritis, ulcus pepticum
IBD
Maag-darminfecties (yersinose, tbc)
Meckeldivertikel
Parasitaire infecties
Arteria-mesenterica-superiorsyndroom
Duodenumstenose, pancreas anulare
Duplicatuur
Malrotatie (incomplete) volvulus
Recidiverende invaginatie
Sigmoidvolvulus
Tumor
Functioneel buikpijnsyndroom
Functionele obstipatie
Coeliakie
Koolhydraatintolerantie
Voedselallergie
Choledochuscyste, galwegpathologie
Chronische pancreatitis, pancreaspseudocyste
Galstenen
Hepatomegalie, splenomegalie
ACNES
Buikwanddefecten
Endometriose
Familiaire mediterrane koorts
Hematocolpos
Hydronefrose, hydro-ureter
Hypercalciurie
Mesenteriale cyste
Ovariumtumor, niertumor
Pelvic inflammatory disease
Polycysteuze nierziekte
Urineweginfectie

Tabel 1 (vervolg)

Extra-abdominaal
Telealgie (referred pain)
Metabool, endocrine
Hematologisch
Neurogeen
Overig
Discitis, wervelkolomtumor
Pleuraprikkeling
Radiculitis bij artritis
Hereditaire fructose-intolerantie
Hyperlipidemie
Hyperparathyreoidie
Loodintoxicatie
Porfyrie
Hemofilie
Hemolytische anemie
Abdominale epilepsie
Abdominale migraine
Angioneurotisch oedeem
(C1-esterasedeficientie)
Bijwerking van medicatie
Dermatomyositis
Polyarteritis nodosa
Systemische lupus erythematodes

Tabel 2 Alarmsymptomen bij chronische buikpijn

Artritis
Dysfagie
Gastro-intestinaal bloedverlies
Groeivertraging
Koorts
Nachtelijke diarree
Onbedoeld gewichtsverlies
Perirectale ontsteking
Persisterend braken
Persisterende pijn in rechterbovenbuik of rechteronderbuik
Positieve familieanamnese voor IBD, coeliakie, ulcus pepticum
Vertraagde puberteit
Wakker worden van nachtelijke buikpijn

Figuur 1 (ref 5)

Etiologie en pathofysiologie van functionele buikpijnsyndromen.