Antistoffen tegen fosfolipiden (APL)
Het antifosfolipidensyndroom (APS) is een systemische auto-immuunziekte, gekenmerkt door de aanwezigheid van antistoffen tegen fosfolipiden (APL) en een klinische presentatie met veneuze en arteriële trombo-embolische processen en/of recidiverende miskramen (zie hoofdstuk 4.9).
APL omvatten het lupus anticoagulans (LAC), IgG/IgM antistoffen tegen beta-2-Glycoproteïne-I en IgG/IgM antistoffen tegen cardiolipine. Antistoffen dienen tweemaal positief te zijn met een tussenpoos van tenminste 12 weken, om voorbijgaande verhoging door bijvoorbeeld een infectie uit te sluiten.
APL in lage titers komen soms geïsoleerd voor bij kinderen zonder klinische betekenis.
De standaardisatie van de uitslagen van deze antistofbepalingen laat te wensen over; monsters van een patiënt zullen dan ook bij voorkeur tweemaal getest moeten worden in hetzelfde laboratorium.