Diagnostiek

Hematologisch onderzoek. Een volledig bloedbeeld met bepaling van trombocyten is van belang om afwijkingen in de cellijnen vast te stellen zoals die voorkomen bij systemische lupus erythematosus (SLE), systemische JIA, infecties en leukemie. Bij de meeste vormen van JIA kan het bloedbeeld volledig normaal zijn, hoewel milde anemie en trombocytose vaak voorkomen ten gevolge van chronische inflammatie. Bij de systemische vorm van JIA worden anemie, leukocytose en trombocytose meestal in combinatie aangetroffen. Bij de combinatie van leukopenie, trombocytopenie en anemie moet in eerste instantie leukemie worden uitgesloten, maar (plotseling) dalen van de cellijnen wordt ook gezien bij een ernstige complicatie van reumatische aandoeningen, het macrofagenactivatie-syndroom zoals beschreven in hoofdstuk 5.2.

Bij SLE wordt vaak een auto-immuun gemedieerde cytopenie gevonden. Er kan ook een hemolytische anemie optreden. Bij vasculitiden worden vaak anemie, leukocytose en trombocytose gezien. Bij auto-inflammatoire ziektebeelden (periodieke koorts syndromen) treedt tijdens de koortsperioden een leukocytose met linksverschuiving op.

Ontstekingsparameters. Bezinking en C-reactive proteine (CRP) zijn niet-specifieke markers voor ontsteking. Normale acute fase reacties sluiten een inflammatoire ziekte echter niet uit. Bij kinderen met JIA, met uitzondering van de systemische vorm, zijn CRP en BSE meestal normaal tot licht verhoogd. Bij een kort bestaande mono-artritis moet aan een infectie worden gedacht als de bezinking en CRP verhoogd zijn. Bij systemische JIA zijn BSE en CRP altijd (sterk) verhoogd (CRP meestal sterker verhoogd dan BSE). Ook kan het serum ferritine (sterk) verhoogd zijn als uiting van inflammatie bij systemische JIA.

Bij systemische auto-immuunziekten zijn BSE en CRP over het algemeen beide verhoogd (BSE meestal sterker verhoogd dan CRP). Bij een hoog CRP bij een kind met een systemische auto-immuunziekte moet sterk worden gedacht aan een infectie (of eventueel pleuritis/pericarditis) als oorzaak. Bij systemische sclerodermie zijn BSE en CRP meestal niet verhoogd.

Ook bij de periodieke koortssyndromen zijn de ontstekingsparameters in de acute fase verhoogd (zie hoofdstuk 5.1) Ook hierbij is het CRP meestal veel hoger dan de BSE>.

Bij kinderen die behandeld worden met sommige biologicals (zoals anti-IL 6) wordt de aanmaak van inflammatoire markers zoals CRP geblokkeerd: hoewel er een ontsteking in het lichaam aanwezig is zal het CRP dan niet stijgen. Ook de klinische symptomen van een ontsteking kunnen door de medicatie worden gemaskeerd.

Biochemisch onderzoek. Lever- en nierfunctie moeten worden bepaald in het kader van de diagnostiek van systeemziekten, waarbij organen betrokken kunnen zijn, zoals systemische JIA, SLE, systemische vasculitis en de periodieke koortssyndromen. Bepaling van het creatine kinase (CK) is van belang bij verdenking op myositis. Het lactaatdehydrogenase (LDH) is verhoogd bij toegenomen celafbraak, bijvoorbeeld bij hemolyse, leveraandoeningen, myositis en maligniteiten als leukemie. Bij een maligniteit of bij een verstoorde nierfunctie met neerslag van uraat kristallen in een gewricht kan ook het serumurinezuur verhoogd zijn.

Afwijkingen in de schildklierfunctie (Hashimoto, hypothyreodie) kunnen tot gewrichtsklachten leiden, evenals coeliakie. Daarbij is het belangrijk om te realiseren dat kinderen met JIA een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van een andere auto-immuunziekte.

Analyse van de urine wordt verricht om verhoogde eiwituitscheiding te detecteren, zoals bij SLE en andere systemische vasculitiden waarbij betrokkenheid van de nieren kan optreden. Een actief afwijkend sediment (hematurie, erythrocyten-cylinders, dysmorfe erythrocyten) wijst op het bestaan van een glomerulonefritis.