Indicaties voor verwijzing naar een kinderarts-endocrinoloog
Voor de behandeling van hyperinsulinisme is een aparte leidraad van de sectie kinderendocrinologie beschikbaar op de website van de NVK. Bij het stellen van deze diagnose wordt een kinderendocrinoloog in consult gevraagd voor advies ten aanzien van diagnostiek, behandeling en monitoring. Bij patiënten met congenitaal hyperinsulinisme is voeding een heel belangrijk onderdeel van de behandeling. Er wordt aanvankelijk gestreefd naar continue voeding, om de insuline-afgifte zo min mogelijk te stimuleren. Om de calorische intake te optimaliseren en tegelijkertijd een hoge koolhydraat-intake te waarborgen kan de voeding worden verrijkt met fantomalt. Vanaf de leeftijd van ongeveer 6 maanden kunnen langwerkende koolhydraten in de vorm van maizena of glycosade aan het dieet worden toegevoegd. Medicatie, zoals diazoxide, hydrochloorthiazide, octreotide, glucagon en nifepine worden ook gebruikt bij de behandeling van congenitaal hyperinsulinisme. Frequente monitoring van glucose is geïndiceerd, eventueel gebruik makend van glucose sensor metingen.