Verdieping
Algemeen
Obesitas is een chronisch recidiverende doorgaans progressieve ziekte. De gezondheidsschade als mogelijke gevolgen van obesitas zijn onder meer: vermindering van gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven (fysiek, psychisch en sociaal), verlies van gezonde levensjaren, ontstaan van chronische aandoeningen, minder kansen in de samenleving door discriminatie en stigmatisering, en vroegtijdig overlijden. Optimale ondersteuning en zorg zou voor alle kinderen met obesitas beschikbaar moeten zijn. Deze zorg is onderdeel van een integrale aanpak, volgens het landelijk model voor de ketenaanpak ofwel netwerkaanpak.
Fysiologie
Toename van vetmassa is in principe een fysiologische reactie van het lichaam op een overmaat aan energie. Deze energie wordt opgeslagen in vetweefsel. De energiebalans wordt bepaald door energie inname aan de ene kant en energiegebruik aan de andere kant. Energie inname in de vorm van voedsel wordt geregeld op drie niveaus in de hersenen: ten eerste de hypothalamus waar de leptine-melanocortine neuronen honger en verzadiging regelen. Ten tweede het beloningssysteem (de dopamine-rijke basale kernen), die het eten voor genot regelen. Ten derde de cognitieve en executieve functies die voor de ratio, de inhibitiecontrole en planning en organisatie van gezonde leefstijl van belang zijn. De hersenen krijgen informatie over de voedingstoestand van het lichaam via hormoonsignalen uit het maagdarmkanaal en het vetweefsel dat leptine maakt.
De biologische mechanismen die de regulatie van het lichaamsgewicht bij obesitas veranderen zijn nog niet volledig begrepen. Bij obesitas treedt verstoring van de hormonale systemen op zoals insuline resistentie en leptine resistentie. De verminderde gevoeligheid voor hormonale signalen zou kunnen verklaren waarom obesitas moeilijk omkeerbaar is. De interactie tussen het biologische systeem (aanleg en hormonen) en de omgeving bepaalt uiteindelijk het lichaamsgewicht.
Epidemiologie
In Nederland heeft naar schatting ruim de helft van de volwassenen overgewicht (50%) of ernstig overgewicht, oftewel obesitas (14%). Bij de jeugd van 4 tot 18 jaar gaat het om bijna 1 op de 8 kinderen die overgewicht (12%) of obesitas (3%) heeft. De prevalentie kan echter sterk verschillen tussen de wijken in een gemeente.