Differentiaaldiagnosen
Ondanks dat bij het grootste deel van de kinderen met obesitas geen onderliggende medische pathologie als oorzaak gevonden kan worden, is het wel de taak van de kinderarts alert te blijven op de mogelijkheid van een organische of psychiatrische aandoening.
De alarmsymptomen voor een onderliggende medische oorzaak van obesitas zijn:
1. Kleine of afbuigende lengte
2. Een extreem vroeg ontstaan van obesitas (<5 jaar)
3. Een afwijkende neurologische ontwikkeling
4. Hersenschade in het gebied van de hypothalamus
5. Aanwijzingen voor een syndromale afwijking
6. Medicatiegebruik
Tabel 2. Oorzaken obesitas
| Oorzaak | Voorbeeld |
|---|---|
| Medicatie-geïnduceerd |
Glucocorticoïd (systemisch gebruik, maar ook inhalatie, intranasaal, dermaal of intra-articulair) Antipsychotica Antidepressiva Anti-epileptica Insuline |
| Endocrien |
Hypothyreoïdie Groeihormoon deficiëntie Hypercortisolisme |
| Syndromale genetische obesitas |
Onder andere: Prader-Willi syndroom Bardet-Biedl syndroom Pseudohypoparathyreoidie 16p11.2 deletie syndroom Alström syndroom |
| Non-syndromale genetische obesitas |
Deficiëntie van onder andere: MC4R, Leptine of leptine receptor, POMC, PCSK1, SRC-1, SIM-1, SH2B1 |
| Hypothalame obesitas | ROHHAD, craniopharyngeoom, hersentumor en/of behandeling ervan, hypothalame schade door trauma of infectie |
| Chronische ziekte / immobiliteit | Psychiatrische aandoeningen, psychologische overbelasting, systeemdynamische problematiek, stress, slaapgebrek, chronische vermoeidheid, chronisch pijnsyndroom |
Afkortingen: POMC: proopiomelancortin; PCSK1: prohormone convertase 1, MC3R: melanocortin 3 receptor; MC4R: melanocortin 4 receptor; SRC-1: steroid receptor coactivator-1; SIM1: single-minded homolog 1; SH2B1: Src homology 2 B adaptor protein 1; ROHHAD: rapid-onset obesity with hypoventilation, hypothalamic dysfunction and autonomic dysregulation.
Indien bovengenoemde oorzaken onaannemelijk zijn, dan is het vanwege de complexe achtergrond van obesitas en sterke genetische predispositie zinvoller om bij de diagnose vorming het biopsychosociaal model aan te houden. De onderstaande tabel geeft een greep weer uit de diversiteit van onderliggende, vaak elkaar beïnvloedende, factoren
Tabel 3. Factoren die bijdragen aan obesitas
| Oorzaak | Voorbeeld |
|---|---|
| Voeding en eetgedrag |
Ongezonde voeding: kwalitatief (productkeuze) of kwantitatief (calorieën) Emotie-eten, eetbuien, streng lijngericht met jojo-effect, suikerverslaving |
| Beweeggedrag | Voldoet niet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (zie Figuur 1 Appendix) |
| Psychosociaal | Armoede, stress, slaapgebrek, depressieve klachten |
| Pedagogisch | Pedagogische onmacht, voorbeeldfunctie ouders |
Deze complexiteit van obesitas maakt vervolgens dat een gestructureerde benadering nodig is van de onderliggende factoren en mechanismen die een oorzakelijke of onderhoudende rol hebben. De focus ligt enerzijds op het verkrijgen van inzicht in dit multifactoriële kader en anderzijds op het tijdig diagnosticeren van onderliggende ziekten en co-morbiditeit.
De rol van de kinderarts is het uitvoeren van de biopsychosociale evaluatie door enerzijds het uitsluiten van onderliggende pathologie en anderzijds het erkennen van het bestaan van relevante psychosociale of maatschappelijke factoren om daarmee de andere professionals in het netwerk in hun rol te bevestigen. De biomedische evaluatie bestaat uit een gerichte anamnese, lichamelijk onderzoek, evaluatie groeicurve en daarnaast laboratorium- en radiologische onderzoeken voor geselecteerde patiënten.