Obesitas (bijgewerkt 2026-04-24)

Werkboek Kinderendocrinologie › Obesitas (bijgewerkt 2026-04-24)

Definitie en normaalwaarden

Obesitas is een multifactoriële, chronische, recidiverend, niet-overdraagbare, doorgaans progressieve ziekte die wordt gekenmerkt door een abnormale en/of overmatige ophoping van lichaamsvet, hetgeen een risico voor de gezondheid vormt. Daarbij is deze aandoening een aanjager voor een reeks andere ziekten, bijvoorbeeld diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.

Definitie bij kinderen 0 -2 jaar

Voor deze leeftijdscategorie wordt obesitas beoordeeld o.b.v. gewicht naar leeftijd volgens de TNO groeidiagrammen. Er is sprake van overgewicht bij gewicht naar leeftijd ≥ 95ste percentiel bij kinderen van 0,5 tot 2 jaar en er is sprake van excessieve gewichtstoename indien de toename ≥ 0.67 SD is op enig moment.

Definitie bij kinderen > 2 jaar

Voor deze leeftijdscategorie wordt de diagnose obesitas gesteld o.b.v. de body mass index (BMI). De BMI wordt berekend door het gewicht van het lichaam (kg) te delen door de lengte in het kwadraat (m2). De afkappunten voor overgewicht, obesitas graad 1, 2 en 3 zijn bij kinderen specifiek voor leeftijd en geslacht (Tabel 1) en gebaseerd op een internationale steekproef (Cole and Lobstein, 2012). Deze afkappunten komen overeen met de volwassen BMI van 25 (overgewicht), 30 (obesitas), 35 (morbide obesitas) en 40 kg/m2 respectievelijk.

Tabel 1. BMI-afkapwaarden

Jongens Meisjes

Leeftijd

(jaar)

Overgewicht

BMI 25

Obesitas graad 1

BMI 30

Obesitas graad 2

BMI 35

Obesitas graad 3

BMI 40

Leeftijd

(jaar)

Overgewicht

BMI 25

Obesitas graad 1

BMI 30

Obesitas graad 2

BMI 35

Obesitas graad 3

BMI 40

2 18,4 20,0 21,2 23,6 2 18,1 19,8 21,1 23,4
3 17,9 19,5 20,8 22,2 3 17,6 19,4 20,7 23,2
4 17,5 19,2 20,6 21,7 4 17,4 19,2 20,6 23,5
5 17,4 19,3 20,8 21,7 5 17,2 19,2 20,8 24,2
6 17,5 19,8 21,7 22,2 6 17,3 19,6 21,6 25,5
7 17,9 20,6 23,1 23,2 7 17,7 20,4 22,9 27,4
8 18,4 21,6 24,6 24,9 8 18,3 21,4 24,5 29,8
9 19,1 22,7 26,4 27,0 9 19,0 22,7 26,4 32,3
10 19,8 24,0 28,4 29,5 10 19,8 24,0 28,4 34,6
11 20,5 25,1 30,0 32,2 11 20,7 25,3 30,1 36,5
12 21,2 26,0 31,2 34,8 12 21,6 26,5 31,7 38,0
13 21,9 26,9 32,2 36,9 13 22,5 27,6 32,9 38,9
14 22,6 27,6 33,0 38,4 14 23,3 28,4 33,8 39,4
15 23,3 28,3 33,6 39,1 15 23,9 29,0 34,3 39,7
16 23,9 28,9 34,0 39,5 16 24,3 29,4 34,5 39,9
17 24,5 29,4 34,4 39,8 17 24,7 29,7 34,8 39,9
18 25,0 30,0 35,0 40,0 18 25,0 30,0 35,0 40,0

BMI versus buikomtrek als diagnosticum

  • BMI is een klinisch praktisch instrument voor de beoordeling van overgewicht en obesitas bij kinderen. In epidemiologisch onderzoek correleert de BMI-SDS (of de BMI afkappunten) met vetmassa en met het risico op co-morbiditeit. Op individueel niveau is deze echter zeer beperkt omdat het niet direct lichaamsvet meet. Zo kan het de mate van overgewicht bij een adolescent met verhoogde spiermassa (bijv. door intensief sportschoolbezoek) overschatten en het vetgehalte bij een kind met verminderde spiermassa (bijv. een kind met groeihormoon deficiëntie) onderschatten.

  • Buikomtrek:Lengte Ratio (WHtR) wordt steeds vaker erkend als een waardevol hulpmiddel bij het diagnosticeren van obesitas bij kinderen, in het bijzonder abdominale (centrale) obesitas. WHtR blijkt sterker te correleren met visceraal vet dan BMI-SDS (of BMI afkappunten), dat geen onderscheid maakt tussen vet- en spiermassa. WHtR is een betere voorspeller van metabool syndroom en cardiovasculaire risico’s dan BMI. De WHtR is gemakkelijk te berekenen en te interpreteren: buikomtrek (cm) gedeeld door lengte (cm). In tegenstelling tot BMI of alleen buikomtrek, vereist het geen leeftijds- of geslacht-specifieke groeicurves, wat het toegankelijker maakt voor gebruik in de kliniek. De aanbevolen grenswaarde WHtR ≥0,5 wordt als drempel voor verhoogd gezondheidsrisico gebruikt. WHtR wordt als aanvulling op BMI gebruikt (Agbaje, 2024).

Differentiaaldiagnosen

Ondanks dat bij het grootste deel van de kinderen met obesitas geen onderliggende medische pathologie als oorzaak gevonden kan worden, is het wel de taak van de kinderarts alert te blijven op de mogelijkheid van een organische of psychiatrische aandoening.

De alarmsymptomen voor een onderliggende medische oorzaak van obesitas zijn:

1. Kleine of afbuigende lengte

2. Een extreem vroeg ontstaan van obesitas (<5 jaar)

3. Een afwijkende neurologische ontwikkeling

4. Hersenschade in het gebied van de hypothalamus

5. Aanwijzingen voor een syndromale afwijking

6. Medicatiegebruik

Tabel 2. Oorzaken obesitas

Oorzaak Voorbeeld
Medicatie-geïnduceerd

Glucocorticoïd (systemisch gebruik, maar ook inhalatie, intranasaal, dermaal of intra-articulair)

Antipsychotica

Antidepressiva

Anti-epileptica

Insuline

Endocrien

Hypothyreoïdie

Groeihormoon deficiëntie

Hypercortisolisme

Syndromale genetische obesitas

Onder andere:

Prader-Willi syndroom

Bardet-Biedl syndroom

Pseudohypoparathyreoidie

16p11.2 deletie syndroom

Alström syndroom

Non-syndromale genetische obesitas

Deficiëntie van onder andere:

MC4R, Leptine of leptine receptor, POMC, PCSK1, SRC-1, SIM-1, SH2B1

Hypothalame obesitas ROHHAD, craniopharyngeoom, hersentumor en/of behandeling ervan, hypothalame schade door trauma of infectie
Chronische ziekte / immobiliteit Psychiatrische aandoeningen, psychologische overbelasting, systeemdynamische problematiek, stress, slaapgebrek, chronische vermoeidheid, chronisch pijnsyndroom

Afkortingen: POMC: proopiomelancortin; PCSK1: prohormone convertase 1, MC3R: melanocortin 3 receptor; MC4R: melanocortin 4 receptor; SRC-1: steroid receptor coactivator-1; SIM1: single-minded homolog 1; SH2B1: Src homology 2 B adaptor protein 1; ROHHAD: rapid-onset obesity with hypoventilation, hypothalamic dysfunction and autonomic dysregulation.

Indien bovengenoemde oorzaken onaannemelijk zijn, dan is het vanwege de complexe achtergrond van obesitas en sterke genetische predispositie zinvoller om bij de diagnose vorming het biopsychosociaal model aan te houden. De onderstaande tabel geeft een greep weer uit de diversiteit van onderliggende, vaak elkaar beïnvloedende, factoren

Tabel 3. Factoren die bijdragen aan obesitas

Oorzaak Voorbeeld
Voeding en eetgedrag

Ongezonde voeding: kwalitatief (productkeuze) of kwantitatief (calorieën)

Emotie-eten, eetbuien, streng lijngericht met jojo-effect, suikerverslaving

Beweeggedrag Voldoet niet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (zie Figuur 1 Appendix)
Psychosociaal Armoede, stress, slaapgebrek, depressieve klachten
Pedagogisch Pedagogische onmacht, voorbeeldfunctie ouders

Deze complexiteit van obesitas maakt vervolgens dat een gestructureerde benadering nodig is van de onderliggende factoren en mechanismen die een oorzakelijke of onderhoudende rol hebben. De focus ligt enerzijds op het verkrijgen van inzicht in dit multifactoriële kader en anderzijds op het tijdig diagnosticeren van onderliggende ziekten en co-morbiditeit.

De rol van de kinderarts is het uitvoeren van de biopsychosociale evaluatie door enerzijds het uitsluiten van onderliggende pathologie en anderzijds het erkennen van het bestaan van relevante psychosociale of maatschappelijke factoren om daarmee de andere professionals in het netwerk in hun rol te bevestigen. De biomedische evaluatie bestaat uit een gerichte anamnese, lichamelijk onderzoek, evaluatie groeicurve en daarnaast laboratorium- en radiologische onderzoeken voor geselecteerde patiënten.

Anamnese

Leidende principes in anamnese

Wat zijn bijdragende factoren aan ongezonde leefstijl? Een gedetailleerde anamnese van voeding, eetgedrag, fysieke activiteit, beweeggedrag, slaap, psychosociale, systemische en maatschappelijke stressfactoren in het gezin, de zogeheten brede anamnese, vormt de basis voor de holistische benadering in de zoektocht naar bijdragende factoren aan ongezonde leefstijl. Dit kan waardevolle tips voor de aanpak opleveren. Doorgaans is dit niet in te passen in het spreekuur van de kinderarts. Daarom is het van belang om dit te borgen in het zorgnetwerk van het kind met obesitas. In het zorgnetwerk spelen jeugdgezondheidszorg, sociaal werkers, centrale zorgverlener, huisarts of praktijkondersteuner ondersteuner en/of paramedici een rol. De kinderarts richt zich primair op biomedische vragen die kunnen wijzen op pathologie en/of cardiometabole co-morbiditeiten en is daarmee in goed contact met de overige netwerkleden. Samenwerking in het zorgnetwerk door het delen van de informatie is daarom essentieel. Denk hierbij aan een kopie van de medische correspondentie aan de huisarts en de jeugdarts). 

Hulpmiddel anamnese

Als hulpmiddel bij de biomedische evaluatie kan de volgende tool worden gebruikt: www.checkoorzakenovergewicht.nl. Deze webtool is vrij toegankelijk en opgenomen in de nieuwe richtlijnen. De patiënt/ouders vullen thuis de vragenlijst in sturen de uitslag digitaal (pdf) terug of nemen het als print mee naar het spreekuur. Deze tool geeft een grove screening op allerlei mogelijk onderliggende oorzaken en bijdragende factoren van obesitas, van leefstijlfactoren (richtlijn gezonde voeding en Nederlandse norm gezond bewegen), slaap, psychosociale problemen, eetstoornis, financiële zorgen, tot aan biomedische factoren zoals hormonale of genetische stoornissen. Deze zeer handige tool is echter geen vervanging voor de brede anamnese. Deze combinatie vormt een hulpmiddel voor de arts voor het bepalen welke diagnostiek geïndiceerd is en welke aanpak het meest passend is.

Tabel 4. Algemene anamnese

Hulpvraag
Verwijzing Hoe is de verwijzing tot stand gekomen (eigen initiatief, staan ze achter de verwijzing?)
Gewichtsgeschiedenis Het patroon van gewichtstoename op basis van seriële groeimetingen is een essentiële start van de beoordeling. De leeftijd van het ontstaan en de snelheid van toename is nuttig bij het bepalen van de oorzaak of identificeren van bijdragende factoren aan de obesitas. Wanneer en hoe is de gewichtstoename ontstaan.
Eten Totale calorie-inname, macro en micronutriënten, voedingsproductkeuze, eetpatroon: nachtelijk eten, maaltijden overslaan, voorbeeldgedrag van ouders, welke rol speelt voeding in het gezin, eetgedrag: emotie-eten, extern eten, lijngericht eten. 
Bewegen Wordt de Nederlandse norm gezond bewegen gehaald? (zie Figuur 1 Appendix) Gemiddelde duur sedentaire activiteiten per dag. Immobiliteit door ziekte of gewrichtsproblemen? 
Slaap Slaapduur, slaapgewoonten, slaappatroon, slaapstoornis? Screening naar tekenen van obstructieve slaapapneu syndroom (OSAS): structureel snurken (bijv. >3 nachten per week), luid snurken of adempauzes heeft tijdens de slaap, enuresis nocturna, overdag onoplettendheid, leerproblemen en hyperactiviteit, met of zonder slaperigheid. 
Lichamelijke klachten Hoofdpijn, visusklachten, doofheid, insulten, kortademigheid, hartkloppingen, buikpijn, braken, obstipatie/diarree, continentieproblematiek, acne, hirsutisme, polyurie/polydipsie, traagheid/vermoeidheid, kouwelijkheid, droge huid, gewrichts- of rugklachten. 
Psychosociaal functioneren Angst, depressie of stress? Functioneren op school? Pesten op school? Kwaliteit van leven? Gezinssysteem en gebeurtenissen: major life events, overlijden of vertrek van een dierbare, echtscheiding, verandering van primaire verzorger, armoede. 
Medische voorgeschiedenis

Medicatiegebruik, met name die waarvan bekend is dat ze het gewicht bevorderen zoals glucocorticoïd (systemisch gebruik, maar ook inhalatie, intranasaal, dermaal of intra-articulair), antipsychotica, antidepressiva, anti-epileptica).

Toxische stoffen: alcohol, roken/vapen.

Bekende cardiometabole complicaties.

Familie-anamnese Informeer naar obesitas bij eerstegraads familieleden (ouders en broers en zussen). Gebruik termen als ‘overgewicht’ of ‘ongezond gewicht’, omdat deze termen over het algemeen minder stigmatiserend worden ervaren dan obesitas. Obesitas bij één of beide ouders is een belangrijke voorspeller of de obesitas van een kind zal persisteren. Deze associatie heeft zowel genetische aanleg als leefstijl en omgevingscomponenten.
Cardiometabole co-morbiditeit Informeer naar veelvoorkomende cardiometabole co-morbiditeit van obesitas, zoals hart- en vaatziekten, hypertensie, diabetes (ook zwangerschapsdiabetes), leververvetting, dyslipidemie bij eerste- en tweedegraads familieleden (grootouders, ooms, tantes, sibs, neven en nichten). De aanwezigheid van dergelijke complicaties in de familie voorspelt het toekomstige risico voor het kind.
Obesitas-interventie(s) in verleden Wat is tot nu toe de aanpak geweest?
Hulpverlening Is er eerder hulp gezocht? Informatie van betrokken zorg en hulpverleners opvragen

Bij een rode vlag tijdens de anamnese of bij de uitslag van www www.checkoorzakenovergewicht.nl kan dieper worden ingegaan op eetgedrag en screening naar een eetstoornis:

  • Eetbuistoornis: episodes van het consumeren van grote hoeveelheden voedsel met een gevoel van controleverlies.

  • Boulima nervosa: met ongepast compenserend gedrag om gewichtstoename te voorkomen zoals zelfopgewekt braken, vasten en/of overmatige lichaamsbeweging geassocieerd met eetaanvallen.

  • Hyperfagie: onverzadigbaar, niet te remmen eetlust, geen verzadiging na de maaltijd, ongepast voedselzoekgedrag, nachtelijk eten (cave syndromale of non-syndromale genetische obesitas). 

Lichamelijk onderzoek

Evaluatie groeigegevens

  • Groeicurve: een volledig ingevulde groeicurve die het lengte- en gewichtsbeloop van geboorte af aan laat zien is essentieel.

  • BMI ernst en beloop. Bepaal de BMI en stel de diagnose met bijbehorende graad van ernst: overgewicht, obesitas graad 1, 2 of 3 (Tabel 1).

  • Buikomtrek:Lengte Ratio (WHtR)= Buikomtrek (cm): Lengte (cm). De aanbevolen grenswaarde WHtR ≥0,5 wordt als drempel voor verhoogd gezondheidsrisico gebruikt.

  • Gewichtsbeloop. Beoordeel de leeftijd waarop de gewichtstoename is begonnen. Is er sprake van vroege (<5 jaar) ernstige gewichtstoename? Zijn er periodes van sterke gewichtstoename of gewichtsafname en hun mogelijke verklaring? 

  • Lengte. Kinderen met obesitas zijn vaak langer dan gezond gewicht controles. Kinderen met obesitas op basisschool leeftijd zijn gemiddeld 0,5-0,9 SD langer dan gezond gewicht leefstijdsgenoten. Beoordeel de lengte ten opzichte van de target height. Kleine of afbuigende lengte zijn mogelijk tekenen van pathologie. 

  • Puberteit. De puberteit en botrijping lopen meestal licht voor. Kinderen met obesitas zijn iets eerder uitgegroeid en bereiken daarmee een normale eindlengte binnen target height range. 

  • Metingen bij ouders: Meet ook de lengte en het gewicht (en schedelomvang) van ouders. De anamnestische gegevens zijn onbetrouwbaar.

Tabel 5. Algemeen lichamelijk onderzoek bij obesitas

Antropometrie

Gewicht, lengte, schedelomvang, buikomtrek

Bloeddruk (let op: manchet met juiste maat)

Algemeen Uitstraling, stemming, vetverdeling (centraal, gegeneraliseerd)
Dysmorfieën Faciale dysmorfiëen, polydactylie, brachydactylie
Hoofd-halsgebied
  • Vergrote amandelen duiden op een verhoogd risico op obstructieve slaapapneu

  • Erosie tandglazuur (kan duiden op eetstoornis)

  • Gezichtsvelden (bij verdenking proces in hypothalamus gebied) -Retinopathie (Bardet Biedl syndroom, Alström syndroom)

Huid en haar
  • Acanthosis nigricans (kan duiden op insulineresistentie met of zonder diabetes type 2, maar komt ook voor bij donker gepigmenteerde huid).

  • Hirsutisme en acne zijn veelvoorkomende kenmerken van het polycysteus-ovariumsyndroom

  • Striae zijn meestal het gevolg van snelle gewichtstoename

  • Skin picking (Prader Willi syndroom of autisme)

  • Subcutane ossificaties (pseudohypoparathyreoidie)

  • Droog, stug of broos (hypothyreoïdie)

  • Rood haar in combinatie met hyperfagie en vroege ernstige obesitas (proopiomelanocortine (POMC deficiëntie)

Buik Palpatie in of percussie van het rechter bovenste kwadrant en hepatomegalie (niet-alcoholische steatohepatitis (NASH)).
Bewegingsapparaat Bewegingsbeperking van de heup of een loopafwijking kan worden veroorzaakt door een afglijdende epifysair schijf van de heupkop. Genu varum of valgus. Polydactylie (Bardet biedl syndroom). Pes planes. 
Puberteitsstadia volgens Tanner Pubertas praecox, late puberteit
Genitaal Tekenen van hypogonadisme, micropenis, cryptorchisme. 
Ontwikkeling en neurologie Hypotonie, hyperlaxiteit. 

Aanvullend onderzoek

Diagnostiek naar cardiovasculaire risicofactoren en co-morbiditeiten wordt verricht om twee redenen.

  1. Vroege opsporing en behandeling van obesitas gerelateerde ziekten

  2. Het vaststellen van het gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR). Het GGR wordt bepaald door zowel de BMI als de aanwezigheid van cardiovasculaire risicofactoren of (een verhoogd risico op) diabetes mellitus type 2 (DM2), zie Figuur 1. Het GGR bepaalt mede de behandelintensiteit.

Figuur 1. Niveaus van gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR) bij kinderen

Afbeelding met tekst, schermopname, Kleurrijkheid, Lettertype Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Tabel 6. Basisdiagnostiek cardiovasculair risico bij kinderen met obesitas

Indicatie basisdiagnostiek:
  • Kinderen vanaf 2 jaar met obesitas

Frequentie basisdiagnostiek:
  • 1x per 2 a 3 jaar bij kinderen met obesitas

  • 1x per jaar basisdiagnostiek + laagdrempelig polysomnografie bij kinderen met obesitas graad 2 EN co-morbiditeit

  • 1x per jaar basisdiagnostiek + laagdrempelig polysomnografie bij kinderen met obesitas graad 3 (vergelijkbaar met volwassen BMI ≥ 40 kg/m2)

Basisdiagnostiek
Co-morbiditeit Screening Evaluatie / Definitie
Mate van obesitas Gewicht, lengte, middelomtrek

Bereken BMI -> bepaal overgewicht, obesitas of morbide obesitas (zie Tabel 1)

Bepaal middel / taille heup ratio1

Hypertensie Bloeddruk2

Hoog-normale bloeddruk:
Systolische of diastolische bloeddruk ≥ P90 – P95 of ≥120/80mmHg

Hypertensie
Hypertensie graad 1: systolische of diastolische bloeddruk ≥ P95- P99 + 5 mmHg
Hypertensie graad 2: systolische of diastolische bloeddruk > P99+ 5 mmHg

Als bij drie consulten bloeddruk ≥ P95, hypertensie bevestigen met 24-uurs bloeddrukmeting

Gestoorde glucose-huishouding (pre-diabetes, insuline resistentie of diabetes mellitus type 2) Nuchter glucose Glucose ≥ 5.6 mmol/l, indicatie voor orale glucose-tolerantietest (OGTT)
Dyslipidemie Lipidenspectrum

Nuchter totaal cholesterol, LDL-cholesterol, HDL-cholesterol en triglyceriden

Normaalwaarden:

Totaal cholesterol       

  • 0-3 jaar 2,0- 5,0 mmol/l

  • 4-12 jaar 2,8-5,4 mmol/l

  • 13-17 jaar 3,0-5,5 mmol/l

LDL-cholesterol          

  • 0-3 jaar 0,5-3,5 mmol/l

  • 4-12 jaar 1,2-3,4 mmol/l

  • 13-17 jaar 1,7-3,8 mmol/l

HDL-cholesterol          

  • 0-3 jaar 0,4-1,5 mmol/l

  • 4-12 jaar 0,8-1,9 mmol/l

  • 13-17 jaar 0,9-1,9 mmol/l

Triglyceriden              

  • 0-3 jaar 0,3-1,3 mmol/l

  • 4-12 jaar 0,3-1,1 mmol/l

  • 13-17 jaar 0,4-1,6 mmol/l

Non-alcoholische SteatoHepatitis (NASH) ALAT ALAT ≥ 40 mmol/l, indicatie voor echo en / of MRI lever
Obstructief Slaap Apnoe Syndroom (OSAS) Anamnese van snurken, schokkende of stokkende ademhaling, onrustige slaap en overmatige slaperigheid overdag Overweeg nachtelijke (bewaakte) polysomnografie in gespecialiseerd slaapcentrum

1 Referentie normaalwaarden Middel / taille heup ratio via Fredriks AM, Van Buuren S, Fekkes M, Verloove-Vanhorick SP, Wit JM. Are age references for waist circumference, hip circumference and waist-hip ratio in Dutch children useful in clinical practice? Eur J Pediatr 2005;164(4):216-222

2 Referentie normaalwaarden bloeddruk via Lurbe, Empar; Agabiti-Rosei, Enrico; Cruickshank, J. Kennedy et al. 2016 European Society of Hypertension guidelines for the management of high blood pressure in children and adolescents. Journal of Hypertension 34(10):p 1887-1920, October 2016

Figuur 3. Flowdiagram basisdiagnostiek obesitas

A screenshot of a computer screen AI-generated content may be incorrect.

Interpretatie diagnostiek

Figuur 4. Flowdiagram oorzaken obesitas

A black background with a black square AI-generated content may be incorrect.

Multifactoriële obesitas

Een geleidelijk begin van gewichtstoename is typerend voor de meest voorkomende oorzaak van obesitas: de genetische aanleg gecombineerd met obesogene leefstijl- en omgevingsfactoren. Een abrupt begin van gewichtstoename zou moeten leiden tot onderzoek naar een uitlokkende factor zoals een belangrijke levensgebeurtenis, verlies of verandering in het gezin, scheiding van ouders, of psychische problemen zoals angst of depressie.

Medicatie-geïnduceerd

Plotselinge gewichtstoename na start of intensivering van bekende gewichtsinducerende medicatie die leidt tot obesitas én de afwezigheid van andere plausibele verklaringen voor de plotselinge gewichtstoename.

Endocrien

Endocriene oorzaken voor obesitas zijn relatief zeldzaam. Vaak zijn er naast obesitas nog andere signalen die wijzen op een endocriene oorzaak, zoals verminderde lengtegroei. Hypothyreoïdie kan gepaard gaan met gewichtstoename, verminderde lengtegroei, vermoeidheid, obstipatie, droge huid en koude-intolerantie. Hypercortisolisme uit zich in centrale obesitas met dunne armen en benen, striae, groeivertraging en hypertensie. Groeihormoondeficiëntie geeft een toename van vetmassa en verminderde lengtegroei.

Genetische obesitas

Dit is obesitas veroorzaakt door een genetisch defect. Dit zijn ernstige en invaliderende aandoeningen met een verscheidenheid aan begeleidende symptomen of kenmerken. Deze aandoeningen zijn zeldzaam tot extreem zeldzaam en kunnen moeilijk te diagnosticeren zijn. 

  • Syndromale genetische obesitas

De combinatie met andere syndromale kenmerken is een indicatie voor gerichte diagnostiek naar syndromale genetische obesitas en/of verwijzing naar een klinisch geneticus. Syndromale genetische obesitas verschilt van niet-syndromale, omdat er naast obesitas vaak relevante richting gevende kenmerken zijn. Een voorbeeld is het Prader-Willi syndroom dat gepaard gaat met een ontwikkelingsachterstand, autisme, kleine lengte, hypogonadisme, dysmorfe kenmerken en een voorgeschiedenis van hypotonie en voedingsproblemen tijdens de kindertijd, gevolgd door snelle gewichtstoename tijdens de vroege kinderjaren.

  • Non-syndromale genetische obesitas

Non-syndromale genetische obesitasstoornissen worden vaak veroorzaakt door een gendefect dat leidt tot een stoornis in de activatie van de leptine-melanocortine-neuronen in de hypothalamus. Ernstige obesitas presenteert zich doorgaans in de eerste levensjaren en gaat gepaard met extreem onverzadigbaar gedrag (hyperfagie). Vroege (<5 jaar) ernstige obesitas, in combinatie met hyperfagie is een indicatie voor diagnostiek naar non-syndromale genetische obesitas. Het aanvraagformulier is te vinden via: www.dnadiagnostiek.nl (obesitas genen panel).

Hypothalame obesitas

Hypothalame obesitas is obesitas als gevolg van een stoornis in het regelsysteem voor gewicht in de hypothalamus ongeacht de etiologie. Dit kan het gevolg zijn van een hersenbeschadiging als gevolg van operatie bijvoorbeeld bij craniopharyngeoom-chirurgie, een meningitis of ischemische schade. De hypothalamus kan ook door een aangeboren afwijking defect zijn.

Behandeling

De basis van de behandeling van obesitas is een gedragsverandering, namelijk leefstijlverbetering. De therapeutische rol van de algemeen kinderarts is met het enkel bevestigen van een leefstijlaanpak die reeds elders in het netwerk is opgezet soms beperkt maar daardoor niet onbelangrijk. Anderzijds kan de rol van de kinderarts in gespecialiseerde zorgpaden weer heel intensief zijn als vanuit het multidisciplinair perspectief diverse onderliggende mechanismen aandacht vergen. Andere behandelmogelijkheden zoals farmacotherapeutische interventies of metabole chirurgie (maagverkleining) zijn in toenemende mate beschikbaar. Ook bij deze behandelingen blijft leefstijlinterventie de basis, farmacotherapie en metabole chirurgie zijn aanvullend, bedoeld ter ondersteuning van een gezonde leefstijl.

De intensiteit van behandeling van obesitas wordt bepaald door de GGR: de ernst in combinatie met de aanwezigheid van cardiometabole risicofactoren of complicaties (zie Figuur 1). De basis van de behandeling is een gedragsverandering in de vorm van een aanpassing van de leefstijl waarbij zoveel mogelijk rekening gehouden dient te worden met de vaak multifactoriële, stigmatiserende en daardoor complexe achtergrond van deze ziekte. Deze complexe achtergrond en de chronische aard van de aandoening vraagt vaak intensieve en langdurige begeleiding die het beste in een zorgnetwerk tot zijn recht komt. Om die reden spreekt men liever van aanpak of begeleiding dan van therapie of behandeling voor obesitas. In toenemende mate zullen farmacotherapeutische en chirurgische opties de therapeutische reikwijdte van de behandeling gaan vergroten, maar ook bij dergelijke interventies zal de basis van de aanpak de gezinsgerichte leefstijlaanpassing in het zorgnetwerk blijven.

Indicatie voor behandeling

Vanwege de indeling in GGR’s werd aanvankelijk over zorggerelateerde preventie en ketenaanpak gesproken op basis van stepped and matched care, om de rollen van het preventieve en curatieve domein goed te kunnen scheiden. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) speelt een centrale rol in de keten en vormt de schakel tussen de curatieve zorg en het sociaal domein. Daarom spreken we van de netwerkaanpak.

De indicatie voor de aanpak van obesitas begint al in het voorstadium, op het moment dat er slechts overgewicht bestaat zonder bijkomende risicofactoren of co-morbiditeit (licht verhoogde GGR). Deze indicatie kan ook bijvangst zijn op het moment dat een patiënt voor een andere reden werd verwezen. In dergelijke gevallen is het van groot belang om ouder(s) en kind van het overgewicht op de hoogte te stellen en hen te verwijzen naar de JGZ voor verdere begeleiding. Het overgewicht is een signaal dat de leefstijl dient te worden verbeterd omdat anders de ziekte obesitas zou kunnen ontstaan en een leefstijl interventie is het meest effectief als deze in het vroege stadium wordt ingezet. Daarbij doet de verwijzing van de kinderarts recht aan het unieke Nederlandse zorglandschap en versterkt daarin de rol van de JGZ in het zorgnetwerk. 

Doel van de behandeling

Vanuit de holistische aanpak van obesitas is het algemene doel van de behandeling een verbetering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het kind met daarbij verbetering van kwaliteit van leven op korte en lange termijn. Een doel dat doorgaans alleen in samenwerking met andere professionals in het netwerk kan worden behaald. Meetbare verbetering van de gezondheid kan worden uitgedrukt in vermindering van BMI-SDS, verlaging van cardiovasculaire risicofactoren en verbetering van kwaliteit van leven. Het lange termijn doel strekt zich uit tot een minimum van 2 jaar. Voor de stepped and matched care benadering zijn concrete doelen opgesteld:

  • Voor kinderen in de groei: gewichtsstabilisatie na 1 jaar behandeling en behoud hiervan gedurende 1 jaar in de follow-up fase 

  • Voor uitgegroeide kinderen met een matig verhoogd GGR: gewichtsverlies van > 5% na 1 jaar behandeling en handhaving hiervan in de onderhoudsfase 

  • Voor uitgegroeide kinderen met een sterk of extreem verhoogd GGR: gewichtsverlies van > 10% na 1 jaar behandeling en handhaving hiervan in de onderhoudsfase 

  • Bevordering van gezondheid: afname van co-morbiditeit of risicofactoren 

  • Bevordering van kwaliteit van leven

Behandeling

Gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)

De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is tot op heden nog altijd de behandeling van eerste keus voor kinderen met een matig verhoogde GGR, dat wil zeggen obesitas of overgewicht met een of meer risicofactoren of co-morbiditeit. Een GLI richt zich op het verminderen van de energie‐inname in combinatie met het verbeteren van productkeuze, het verhogen van de lichamelijke activiteit en eventuele toevoeging op maat van psychologische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering, allen in gezinsverband omdat het kinderen betreft. Echter vanwege de complexe achtergrond van obesitas is het niet zinvol om elke patiënt direct te verwijzen voor een GLI. Zoals eerder benoemd maakt de combinatie van biologische, gedrags- en omgevingsfactoren telkens elke patiënt weer uniek en deze achtergrond zal eerst duidelijk moeten worden voor patiënt, ouders en hulpverlener voordat een gedragen gezinsgerichte aanpak tot stand kan komen. Idealiter komt al veel achtergrondinformatie mee met de verwijzing van de patiënt, doorgaans vanuit de JGZ, maar in de praktijk is dit niet altijd voldoende. Op de website van Kind naar Gezonder Gewicht staat meer informatie en zijn diverse hulpmiddelen te vinden waaronder een handreiking die beschrijft hoe men deze aanpak in het eigen netwerk kan implementeren. 

Het voert te ver om hier uitgebreid op in te gaan maar samenvattend staat deze aanpak voor een nauwe samenwerking tussen professionals uit zowel het zorg- als sociaal domein. Eén centrale zorgverlener (CZV), doorgaans aangesteld door de JGZ, coördineert het begeleidingstraject en bouwt een vertrouwensband op met het kind en het gezin. Samen met andere professionals uit het netwerk zetten zij zich in voor de aanpak van overgewicht in engere zin en voor ondersteuning op het gebied van opvoeding, maatschappelijke of psychosociale problemen bij het kind en het gezin. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verwijzing naar de gemeente voor schuldhulpverlening of pedagogische dienst bij opvoedingsvragen, maar ook aan overleg met huisarts of kinderarts bij verdenking van een leer- of gedragsstoornis. 

Het proces zelf is opgebouwd uit zes stappen, die het begeleidingstraject overzichtelijk en concreet maken voor patiënt en ouders. Bij iedere stap staat samenwerking centraal. Naarmate het traject vordert neemt het aandeel van het gezin toe. Het streven is dat de grip op de leefstijl bij het kind en het gezin toeneemt. Daarmee komt een succesvolle duurzame gedragsverandering tot stand. De stappen kennen een cyclisch proces. Soms ontstaan nieuwe inzichten, soms zijn er veranderingen in de omgeving of bij het kind. Een aantal processtappen worden op dat moment opnieuw doorlopen. Zo geeft dit model de optimale voorbereiding om tot een succesvolle GLI te komen. 

Figuur 5: Een aanpak in 6 stappen

Figuur 6: Een praktijk voorbeeld van een flowdiagram met CZV

De GLI zelf wordt in principe niet door de centrale zorgverlener uitgevoerd maar deze is wel intensief bij de voortgang betrokken. De coördinatie en follow-up van de GLI ligt in de eerste lijn bij JGZ en huisarts. De kinderarts hoeft op dit moment dus nog niet betrokken te worden.

Indien de GLI niet succesvol was, is het aan het gezin en CZV om op zoek te gaan naar de oorzaak hiervan. Dit kan leiden tot verwijzing naar de kinderarts om onderliggende pathologie uit te sluiten maar kan ook tot andere acties leiden. Doorgaans zal de kinderarts wel gevraagd worden voor vervolgdiagnostiek. Bij afwezigheid van onderliggende somatiek is bevestiging van het belang van leefstijlverbetering voor de gezondheid van het kind en bekrachtiging van de rol van de JGZ hierin erg belangrijk. Indien dit niet expliciet wordt benoemd voelt het voor sommige ouders overbodig om weer terug te gaan naar de jeugdarts of – verpleegkundige, terwijl hun begeleiding onverminderd van belang is. Hoe eerder met een leefstijlverbetering kan worden gestart, hoe meer kans op langdurige succes.

Vanwege de complexe achtergrond van obesitas zijn dit trajecten die tijd vergen. Zolang de lichamelijke of geestelijke gezondheid van het kind het toelaat, kan het raadzaam zijn kind en gezin onder de begeleiding van de CZV deze tijd te gunnen alvorens de aanpak te intensiveren.

Indicaties voor verwijzing naar een obesitas gespecialiseerd zorgpad of NFU erkend expertise centrum (genetische) obesitas

Intensivering van de aanpak 
Indien de GLI niet succesvol is gebleken of indien er bij de start van de aanpak al sprake is van een extreem GGR is er een indicatie om te verwijzen naar een gespecialiseerd zorgpad (GLI-plus) of zelfs naar een door STZ of NFU erkend expertise centrum voor kinderen (figuur 4). Een gespecialiseerd zorgpad biedt verdere diepgang en aanvullend onderzoek gebruikmakend van een multidisciplinair team, een expertise centrum houdt zich daarnaast nog bezig met wetenschappelijk onderzoek en onderwijs en heeft doorgaans een specifiek aandachtsgebied, zoals onderzoek naar en behandeling van syndromale en non-syndromale genetische obesitas. 

Figuur 7: Gespecialiseerd zorgpad en expertise centrum 

De inzet van cognitieve gedragstherapie kan worden overwogen bij kinderen met sterk of extreem verhoogd GGR bij wie pestervaringen bestaan die nog nare herinneringen geven, een grote lijdensdruk bestaat m.b.t. hun lichaam en gewicht, dan wel verstoord eetgedrag of impulsiviteit bestaat.

Farmacotherapeutische behandeling 
Nieuwe farmacotherapeutische mogelijkheden zijn er voor volwassenen en komen nu in steeds grotere mate ook beschikbaar voor kinderen met obesitas. In de praktijk wordt in de gespecialiseerde zorgpaden op indicatie een behandeling metformine of Glucagon-Like-Peptides (GLP)-1 receptor agonist (RA) gegeven. De indicatie voor verwijzing hiervoor naar een gespecialiseerde obesitas poli is therapieresistente obesitas bij kinderen > 10-12 jaar.

Kinderen met obesitas veroorzaakt door zeldzame genetische vormen van obesitas zoals syndromale of non-syndromale genetische obesitas worden verwezen naar een NFU erkend expertisecentrum (Orphanet: Zoek een expertisecentrum). Voor POMC, PCSK1 en LEPR deficiëntie kan behandeling meteen MC4R agonist (setmelanotide) vanaf de leeftijd van 2 jaar overwogen worden.

Het gemiddelde effect van de GLP-1RA op BMI varieert op dit moment tussen -5 en -15%. Activatie van de GLP-1 receptor geeft een versterkte postprandiale glucose afhankelijke insuline respons waardoor een remming van de glucagon secretie ontstaat, de maagontlediging wordt vertraagd en de eetlust wordt geremd. De bijwerkingen liggen vooral op het gastro-intestinale vlak. Op dit moment zijn Liraglutide en Semaglutide in Nederland geregistreerd voor kinderen met obesitas > 12 jaar als toevoeging bij leefstijlaanpak, maar zijn nog niet opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Bij start van behandeling met GLP-1RA dient de leefstijlaanpak optimaal te zijn ingericht aangezien men dient uit te gaan van een chronische behandeling. Als de behandeling wordt gestaakt neemt het gewicht doorgaans weer toe.

In ontwikkeling zijn GLP-1RAwaarbij of de toedieningsvorm (oraal i.p.v. subcutaan) dan wel de combinatie met een andere incretine, zoals de combinatie met glucose-afhankelijk insulinotroop polypeptide (GIP) (Tirzepatide), welke bij volwassenen nog sterkere daling van BMI en positieve effecten op obesitas gerelateerde complicaties laat zien.

Bariatrische chirurgie 
Metabole chirurgie middels maagverkleinings-operaties onder de 18 jaar worden bij uitzondering verricht. Deze behandeling is gecentraliseerd in een expertisecentrum voor obesitas. Patiënten ondergaan een streng selectie proces waarbij niet alleen het verwijzend expertise centrum, het behandelend centrum zelf maar ook een onafhankelijk nationaal platform is verbonden dat controleert of aan de standpunten van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde is voldaan.

Verdieping

Algemeen

Obesitas is een chronisch recidiverende doorgaans progressieve ziekte. De gezondheidsschade als mogelijke gevolgen van obesitas zijn onder meer: vermindering van gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven (fysiek, psychisch en sociaal), verlies van gezonde levensjaren, ontstaan van chronische aandoeningen, minder kansen in de samenleving door discriminatie en stigmatisering, en vroegtijdig overlijden. Optimale ondersteuning en zorg zou voor alle kinderen met obesitas beschikbaar moeten zijn. Deze zorg is onderdeel van een integrale aanpak, volgens het landelijk model voor de ketenaanpak ofwel netwerkaanpak. 

Fysiologie

Toename van vetmassa is in principe een fysiologische reactie van het lichaam op een overmaat aan energie. Deze energie wordt opgeslagen in vetweefsel. De energiebalans wordt bepaald door energie inname aan de ene kant en energiegebruik aan de andere kant. Energie inname in de vorm van voedsel wordt geregeld op drie niveaus in de hersenen: ten eerste de hypothalamus waar de leptine-melanocortine neuronen honger en verzadiging regelen. Ten tweede het beloningssysteem (de dopamine-rijke basale kernen), die het eten voor genot regelen. Ten derde de cognitieve en executieve functies die voor de ratio, de inhibitiecontrole en planning en organisatie van gezonde leefstijl van belang zijn. De hersenen krijgen informatie over de voedingstoestand van het lichaam via hormoonsignalen uit het maagdarmkanaal en het vetweefsel dat leptine maakt.

De biologische mechanismen die de regulatie van het lichaamsgewicht bij obesitas veranderen zijn nog niet volledig begrepen. Bij obesitas treedt verstoring van de hormonale systemen op zoals insuline resistentie en leptine resistentie. De verminderde gevoeligheid voor hormonale signalen zou kunnen verklaren waarom obesitas moeilijk omkeerbaar is. De interactie tussen het biologische systeem (aanleg en hormonen) en de omgeving bepaalt uiteindelijk het lichaamsgewicht.

Epidemiologie

In Nederland heeft naar schatting ruim de helft van de volwassenen overgewicht (50%) of ernstig overgewicht, oftewel obesitas (14%). Bij de jeugd van 4 tot 18 jaar gaat het om bijna 1 op de 8 kinderen die overgewicht (12%) of obesitas (3%) heeft. De prevalentie kan echter sterk verschillen tussen de wijken in een gemeente.

Informatie voor patiënten

De behandeling van ernstig overgewicht (obesitas) bij kinderen is een gezinsgerichte leefstijl aanpak. Dit betekent dat het hele gezin meedoet en helpt in het optimaliseren van de benodigde leefstijlverbetering. De kans op succes van de behandeling wordt groter als het hele gezin hierbij betrokken is en actief meedoet. Het veranderen van je eet-, beweeg- en slaapgedrag is echter moeilijk en daarom kan een centrale zorgverlener (CZV) hierbij helpen. De CZV informeert eerst naar wat er speelt in het gezin en hoe de aanpak kan worden opgezet of wie daar verder voor nodig zijn. Het is van groot belang dat het gezin zich veilig en gesteund voelt bij de CZV om deze uitdaging met vertrouwen aan te kunnen gaan. Zodra de CZV denkt dat het kan, zal verwezen worden naar een gecombineerde leefstijl interventie (GLI). Dit is een programma dat extra ondersteuning biedt in de leefstijlaanpak. De kinderarts is soms alleen nodig om te onderzoeken of er medische oorzaken van het overgewicht zijn. In enkele gevallen is uitgebreid aanvullend onderzoek in het ziekenhuis of andere instelling nodig en dan wordt verwezen naar een gespecialiseerd zorgpad of expertisecentrum (GLI-plus). Net als bij volwassenen met ernstig overgewicht zullen ook voor kinderen medicijnen beschikbaar komen om te helpen de leefstijlaanpak tot een succes te maken. Anders dan in sommige andere landen is een operatie (bariatrische chirurgie) in Nederland alleen mogelijk via een wetenschappelijk onderzoek. Verwijzing voor een dergelijke operatie is nog uitzonderlijk en kan uitsluitend via het gespecialiseerde zorgpad of expertise centrum. 

www.thuisarts.nl (zoek op ‘overgewicht’ en selecteer ‘info over kinderen’) 

https://kindnaargezondergewicht.nl/praten-over-gewicht/story.html 

https://www.eurospe.org/media/2946/type-2-diabetes-en-obesitas-leesniveau-eenvoudig.pdf 

Folders voor patiënten:

Final praten met je kind.pdf (vu.nl) 

Type 2 Diabetes en Obesitas – Espe Tevens in de talen: Engels, Frans, Spaans, Arabisch en Oekraïens beschikbaar. 

Referenties/links

Dit hoofdstuk is direct afgeleid van de volgende officiële kwaliteitsdocumenten

Referenties van figuren en tabellen

Overige referenties

  • Overgewicht en Obesitas bij Kinderen. Verder kijken dan de kilo’s. ISBN 9789089534262

  • Halberstadt, J., Koetsier, L.W., Sijben, M. et al. The development of the Dutch “National model integrated care for childhood overweight and obesity”. BMC Health Serv Res 23, 359 (2023). https://doi.org/10.1186/s12913-023-09284-z

https://www.jeroenboschziekenhuis.nl/aanpak-overgewicht-bij-kinderen

  • Metformine interventie studie: van der Aa MP, Elst MA, van de Garde EM, van Mil EG, Knibbe CA, van der Vorst MM. Long-term treatment with metformin in obese, insulin-resistant adolescents: results of a randomized double-blinded placebo-controlled trial. Nutr Diabetes. 2016 Aug 29;6(8):e228

  • Sibutramine interventie studie: The Effect of Sibutramine on Energy Expenditure and Body Composition in Obese Adolescents. Edgar G. A. H. Van Mil, Klaas R. Westerterp, Arnold D. M. Kester, Henriette A. Delemarre-van de Waal, Willem J. M. Gerver, Wim H. M. Saris. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, Volume 92, Issue 4, 1 April 2007

  • Kelly AS, Auerbach P, Barrientos-Perez M, Gies I, Hale PM, Marcus C, et al. Controlled Trial of Liraglutide for Adolescents with Obesity. N Engl J Med. 2020;382:2117–28

  • Tirzepatide Once Weekly for the Treatment of Obesity NEJM 2022

Appendix

Figuur 1. Infographic beweegrichtlijnen 2017

A screenshot of a computer screen AI-generated content may be incorrect.