Aanvullend onderzoek
Bij een hypocalciëmie moet eerst bloed voor aanvullend onderzoek worden afgenomen alvorens te starten met orale of intraveneuze correctie. Bij neonaten kan het bloedonderzoek (naar calcium, fosfaat, alkalische fosfatase, PTH en 25OH vitamine D) bij moeder bijdragen aan de diagnose.
Tabel 4. Aanvullend onderzoek
| Bloedonderzoek | PTH, calcium, fosfaat, magnesium, alkalische fosfatase, albumine*, nierfunctie (ureum, kreatinine), bloedgas, 25-OH vitamine D * Bij hypo-albuminemie wordt geadviseerd geïoniseerd calcium te bepalen |
| Urine | Calcium/kreatinine ratio Normaalwaarden (leeftijdsafhankelijk): < 6 maanden < 2,2 mmol/mmol 6 – 12 maanden < 1,5 mmol/mmol 1 – 2 jaar < 1,25 mmol/mmol 2 – 5 jaar < 1,0 mmol/mmol 5 – 10 jaar < 0,70 mmol/mmol 10 – 18 jaar < 0,60 mmol/mmol De calcium/kreatinine ratio kan differentiëren of de hypocalciemie ontstaat door inadequate calcium absorptie, verhoogd renaal verlies of andere oorzaken. |
| ECG | Maak een ECG indien serum calcium < 1,8 mmol/l of geïoniseerd calcium < 0,9 mmol/l is. Hypocalciëmie kan hartritme stoornissen geven en een verlenging van het QT- interval Zo nodig (in ieder geval bij een verlengd QT interval) is monitorbewaking geadviseerd |