Aanvullend onderzoek
Afwijkende waarden van (geïoniseerd) calcium moeten worden bevestigd met een tweede onafhankelijke bepaling. Overweeg hierbij ook aanvullende bloedafname voor evt. vervolgonderzoek gelijktijdig af te nemen om de belasting voor de patiënt te beperken. Vervolgonderzoek is geïndiceerd als de diagnose is bevestigd en wordt daarnaast aangeraden bij sterke klinische verdenking op hypercalciëmie in geval van calciumwaarden in de buurt van de bovengrens van het referentie-interval.
Nadat hypercalciëmie is bevestigd wordt bij anamnese gelet op aanknopingspunten voor etiologische factoren (tabel 4). Bij duidelijke aanknopingspunten kan gericht onderzoek en/of behandeling worden ingezet. In alle andere gevallen volgt biochemische evaluatie.
Tabel 5. Aanvullend onderzoek
| Bloedonderzoek | Calcium, albumine, bloedgas en/of geïoniseerd calcium, fosfaat, ureum, kreatinine, alkalisch fosfatase (marker voor botombouw), PTH en 25(OH) vit.D |
|---|---|
| Urine | Calcium, fosfaat, kreatinine (voor beoordelen PTH effect en voor diagnose Familiaire Hypocalciurische Hypercalciëmie) |
| ECG |
Maak altijd een 12-lead ECG bij matig/ernstige hypercalciëmie Hypercalciëmie kan hartritme stoornissen geven en een verkorting van het QT- interval Zo nodig is monitorbewaking geadviseerd |
| Op indicatie, eventueel na overleg met een kinderendocrinoloog | Magnesium, 1,25(OH)2 Vit.D, 24,25(OH)2 Vit.D, PTHrP, markers voor botopbouw en botresorptie (resp. amino-terminal propeptides type 1 procollagen (P1NP) en carboxy-terminal telopeptides (CTx)) en 24-uurs urine (calcium, fosfaat, kreatinine). |
| Botdensitometrie | Bij verdenking op osteoporose (bijvoorbeeld bij hyperparathyreoidie) kan een botdensitometrie worden overwogen. |