Verdieping

Epidemiologie

Hypercalciëmie is relatief zeldzaam bij kinderen. PTH-onafhankelijke hypercalciëmie t.g.v. voedingsfouten is de meest voorkomende oorzaak bij neonaten en zuigelingen.  PTH-afhankelijke hypercalciëmie (hyperparathyreoïdie) daarentegen is zeldzaam bij kinderen en is met een incidentie van 2-5 per 100.000 verantwoordelijk voor ca 1% van de gevallen van hypercalciëmie.

Calcium speelt een belangrijke rol bij een groot aantal processen in het lichaam, waaronder botmineralisatie, prikkelgeleiding, spiercontractie, exocriene en endocriene secretie, stolling en intracellulaire signaaltransductie. Voor goed functioneren van al deze processen dient het geïoniseerd calcium binnen nauwe grenzen te blijven.  

Fysiologie calcium homeostase

In het lichaam is een voorraad van calcium aanwezig, 99% hiervan bevindt zich in het botweefsel.  Slechts 1% van ons calcium bevindt zich in de bloedbaan, het extracellulaire calcium. Hiervan is 50 % eiwitgebonden, voornamelijk aan albumine (dit calcium is niet werkzaam) en 50% niet gebonden aan albumine of andere anionen, dit is het vrije of geïoniseerde calcium (Ca2+) (dit is het werkzame calcium). Geïoniseerd calcium in het bloed stimuleert de calcium-sensing receptor (CaSR) in bijschildklieren en nieren. Activatie van CaSR in de bijschildklieren remt de aanmaak en secretie van PTH. De daling van PTH resulteert in 1) afname van botresorptie, 2) afname van calciumreabsorptie en van fosfaatexcretie in de nier en 3) afname van vorming van 1,25-dihydroxy-vitamine D (calcitriol) in de nier. Activatie van CaSR in de nier stimuleert excretie van calcium, water en waterstofionen (zuur).  Daarnaast remt het de vorming 1,25-dihydroxy-vitamine D (calcitriol, de actievere vorm van vitamine D). Daling van calcitriol resulteert in verminderde opname van calcium uit de darm. Het uiteindelijke resultaat is minder opname van calcium uit darm en bot en toegenomen excretie van calcium, water en H+ door de nier (figuur 1).