Differentiaal diagnosen
Geïsoleerde polydipsie is over het algemeen onschuldig. Belangrijke oorzaken van polydipsie zonder polyurie zijn hevige inspanning en hoge omgevingstemperatuur. Belangrijke oorzaken van polydipsie gepaard met polyurie zijn osmotische diurese, meestal door een hyperglycemie, en waterdiurese ofwel AVP deficiëntie of resistentie (voorheen centrale of nefrogene diabetes insipidus (Tabel 2)).
Tabel 2. Differentiaal diagnosen polyurie
| Waterdiurese | |
|---|---|
| AVP deficiëntie (voorheen centrale diabetes insipidus) | |
| AVP resistentie (voorheen nefrogene diabetes insipidus) | |
| Primaire polydipsie | |
| Hyperhydratie | |
| Sikkelcelziekte | |
| Osmotische diurese | |
| Hyperglycemie (eg diabetes mellitus) | |
| Uremie (bij nierziekten, katabolisme of therapeutisch gebruik ureum) | |
| Mannitol (therapeutisch gebruik) | |
| Sikkelcelziekte (zeldzamer) |
Afkortingen: AVP: arginine vasopressine.
AVP-deficiëntie
Bij AVP deficiëntie (voorheen centrale diabetes insipidus) is er een gedeeltelijk of absoluut tekort aan AVP, ook bekend als antidiuretisch hormoon (ADH), als gevolg van aangeboren of verworven oorzaken. Het is vaak lastig om AVP deficiëntie of resistentie te onderscheiden van langdurig bestaande primaire polydipsie, waarbij het concentrerend vermogen van de nier kan zijn afgenomen door langdurig verhoogde vochtinname. AVP deficiëntie door een genetische oorzaak manifesteert zich typisch tussen het eerste en het zesde levensjaar, maar de leeftijdsvariatie van de leeftijd waarop klachten ontstaan is groot. Bij jonge kinderen wordt naast persisterende polydipsie en polyurie vaak obstipatie, braken, koorts, nycturie, failure to thrive en groeiretardatie gezien. Bij kinderen met onderliggende intracraniële afwijkingen worden vaak hoofdpijn en visusstoornissen gemeld.
Tabel 3. Oorzaken AVP-deficiëntie
| Genetisch/familiair | |
|---|---|
| Autosomaal dominant/recessief | |
| X-gebonden | |
| Congenitaal hypopituitarisme met AVP deficiëntie | |
| Wolfram syndroom | |
| Aanlegstoornissen van de hersenen | |
| Aanlegstoornissen van de midline (SOD, holoprosencephalie) | |
| Ectopische neurohypofyse | |
| Congenitaal hypopituitarisme met AVP deficiëntie | |
| Verworven | |
| Idiopathisch | |
| Tumoren (germinoom, craniopharyngioom, glioom) | |
| Langerhanscelhistiocytose | |
| Granulomatose (tuberculose, sarcoidose) | |
| Autoimmuun (hypofysitis, antistoffen tegen vasopressineproducerende cellen) | |
| Infecties van het centrale zenuwstelsel (congenitale cytomegalie, congenitale toxoplasmose) | |
| Traumatische hersenschade, hypoxie | |
Afkortingen: SOD: septo-optische dysplasie.
AVP-resistentie
Bij AVP resistentie (voorheen nefrogene diabetes insipidus) zijn de nieren ongevoelig voor de werking van ADH. Over het algemeen is nefrogene diabetes insipidus manifest vanaf de geboorte. Andere (verworven) oorzaken zijn b.v. lithiumgebruik, hypercalciëmie en chronische hypokaliëmie. Voor verdere informatie wordt verwezen naar het werkboek kindernefrologie.