Indicaties voor verwijzing naar een kinderarts-endocrinoloog
Patiënten met primaire osteoporose worden verwezen naar een kinderarts-endocrinoloog. Indien er sprake is van secundaire osteoporose en risicofactoren persisteren, wordt de patiënt verwezen naar of kan overleg plaats vinden met een kinderarts-endocrinoloog voor behandeling met intraveneuze behandeling met bisfosfonaten.
De medicamenteuze behandeling van OI, sommige andere vormen van primaire osteoporose en secundaire osteoporose bestaat uit intraveneus Zoledroninezuur (0,025-0,05 mg/kg in een uurs infusie) elke 6 maanden of Pamidroninezuur (2 mg/kg in een 4-uurs infusie) elke 3 maanden.
De dosis Zoledroninezuur van de eerste infusie is 0,0125 of 0,025 mg/kg in verband met acute fase reactie en risico op hypocalciëmie, de volgende infusies kan 0,025-0,05 mg/kg worden gegeven. Bij Pamidronaat wordt de eerste infusie ook de halve dosering gegeven.
Jaarlijks wordt een botdichtheid meting en bloed onderzoek (calcium, fosfaat, alkalisch fosfatase, kreatinine, 25 OH vitamine D, PTH) verricht. Indien de botdichtheid tussen de -2 en 0 SD is, wordt de dosis Zoledroninezuur aangepast naar 0,025 mg/kg twee keer per jaar. Pamidronaat 2 mg/kg wordt dan twee keer per jaar gegeven. Indien de botdichtheid > 0 SD is wordt Zoledroninezuur 0,025 mg/kg één keer per jaar gegeven, de frequentie van de infusies Pamidroninezuur 2 mg/kg is dan ook één keer per jaar. Houd met het aanpassen van de frequentie van de infusie ook rekening met het aantal fracturen. Afhankelijk van de kliniek en puberteitstadium/lengte groei kan de onderhoudsbehandeling na 1-2 jaar worden gestopt.
Over het algemeen zijn een goed gewicht, voldoende calcium inname in de voeding, vitamine D sufficiëntie (spiegel van 25 OH vitamine D >50 nmol/l) en gewichtsdragende lichamelijke activiteit belangrijk.