Aanvullend onderzoek
In de kliniek wordt serum fosfaat bepaald bij ernstig zieke patiënten zoals bij diabetische keto-acidose of ernstige ondervoeding, daarnaast bij rachitis en spier- en skeletaandoeningen.
Tabel 4. Aanvullend onderzoek
| Bloedonderzoek | Calcium, magnesium, fosfaat, alkalische fosfatase (verhoogd bij rachitis), kreatinine, 25OHD, PTH en spijtserum voor eventuele latere bepaling van 1,25diOHD en FGF23 |
|---|---|
| Urine portie (voorkeur in de ochtend) of 24 uurs urine | Calcium, fosfaat, kreatinine |
| Radiologie | X-hand en X-knie (vraagstelling: aanwijzingen voor rachitis?)* |
| Op indicatie | Echografie nieren (vraagstelling: nefrocalcinose?) |
* Röntgenonderzoek kan groeischijven met hypertrofische chondrocyten en afgenomen mineralisatie tonen.
Bij een laag fosfaat bij een normaal PTH is de bepaling van het maximale transport van fosfaat gecorrigeerd voor de glomerulaire filtratie snelheid (TmP/GFR) belangrijk. Dit vereist de bepaling van serum fosfaat en kreatinine (bij voorkeur nuchter) en een portie (ochtend) urine voor de bepaling van urine fosfaat en kreatinine.