Verdieping
Epidemiologie
Fracturen op de kinderleeftijd komen veel voor. Ongeveer 50% van de kinderen heeft een fractuur gehad voor het 18e levensjaar en ongeveer 20% twee of meer fracturen. In een Deense studie was de hoogste incidentie bij jongens rond de leeftijd van 13 jaar, bij meisjes rond de leeftijd van 10 jaar. Fracturen van de distale onderarm, clavicula en distale humerus kwamen het meeste voor. OI is een zeldzame aandoening, de incidentie is 1 op 10.000 tot 20.000 levend-geborenen. Secundaire osteoporose komt vaker voor, hiervan zijn geen incidentie-of prevalentie-cijfers.
Fysiologie
De kinderleeftijd is belangrijk voor de opbouw van de botmassa. Rond het 20e levensjaar wordt de piekbotmassa bereikt. Stoornissen in de botopbouw op de kinderleeftijd kunnen resulteren in een grotere kans op osteoporose op oudere leeftijd.
Bot heeft meerdere fysiologische functies: mechanische steun voor het lichaam en bewegingsapparaat, bescherming van organen, een reservoir van calcium en fosfaat, en het biedt een omgeving voor het beenmerg. Bot is grotendeels samengesteld uit mineralen (50-70%, vooral hydroxyapatiet) en organische matrix (20-40%). Het skelet bestaat voor ongeveer 80% uit corticaal, en 20% uit trabeculair bot, dat metabool actiever is. Voor een goede botsterkte is mechanische belasting nodig dus lichamelijke activiteit. Gezonde voeding met inname van voldoende zuivelproducten en voldoende vitamine D, hetzij door zonlicht, hetzij door suppletie, zijn nodig voor een goede botopbouw. Tijdens de kinderleeftijd neemt de botmassa toe tot ongeveer het 20e levensjaar wanneer de piekbotmassa wordt bereikt. De piekbotmassa is een determinant van osteoporose op oudere leeftijd. Tijdens de puberteit is er een snelle toename van de botmassa onder invloed van geslachtshormonen.
Botweefsel bevat verschillende cel types: osteoclasten voor de botresorptie, osteoblasten voor de botformatie, osteocyten voor het waarnemen van mechanische belasting, osteomorfen betrokken in de regulatie van botresorptie en bot “lining” cellen. De cellen beïnvloeden elkaar via een complex paracrien systeem. Verschillende hormonen (o.a. PTH, actief vitamine D, geslachtshormonen) en cytokines beïnvloeden dit systeem.
Bot is ook een endocrien orgaan, o.a. het hormoon FGF23 (Fibroblast Growth Factor 23) wordt geproduceerd door osteocyten en osteoblasten.