Definitie
Fracturen op de kinderleeftijd komen veel voor. Ongeveer 50% van de kinderen heeft een fractuur gehad voor het 18e levensjaar en ongeveer 20% twee of meer fracturen. Bij een klein deel van de kinderen die fracturen hebben is er sprake van osteoporose, hetzij door een genetische oorzaak hetzij ten gevolge van een chronische ziekte of medicatie.
Osteoporose op de kinderleeftijd wordt volgens de “International Society Clinical Densitometry” gedefinieerd als:
(1) een compressie fractuur van één of meerdere wervel(s) zonder hoogenergetisch trauma of lokale aandoening onafhankelijk van de BMD (botmineraal dichtheid) Z-score
of
(2) de combinatie van een BMD Z-score ≤-2 met een klinisch significante fractuurgeschiedenis (twee of meer fracturen na minimaal/gering trauma van de lange pijpbeenderen tot de leeftijd van 10 jaar of drie of meer fracturen na minimaal/gering trauma van de lange pijpbeenderen tot de leeftijd van 19 jaar).