Algemene inleiding

Florence Nightingale (1820-1910) zag, nog voordat bekend was wat bacteriën zijn, het belang al in van infectiepreventie maatregelen zoals reinigen van wonden en schoonhouden van omgeving (Nightingale, Harrison and Sons, 1859-1), maar ook wat het ideale ontwerp van een ziekenhuis moest zijn waarbij overdracht van ziekten voorkomen werd (Nightingale, Harrison and Sons, 1859-2). Ook Semmelweis concludeerde al in 1850 dat handenwassen met een desinfecterende oplossing het aantal gevallen van kraamvrouwenkoorts drastisch verminderde (Semmelweis, C.A. Hartleben, 1861). Door de toenemende kennis rondom infectiepreventie was het aantal infecties rond 1900 lager dan rond 1800, maar infecties als tuberculose, pneumonie, wondinfecties/gangreen en dysenterie zorgden nog steeds voor een hoge mortaliteit (Smith, 2012). In 1928 ontdekte de Schotse bacterioloog Alexander Fleming penicilline. Mede daardoor daalde de incidentie van streptokokkeninfecties in ziekenhuizen, en penicilline werd op grote schaal ingezet voor de behandeling van soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Echter, er werd in de vijftiger jaren een opmars van de bacterie Staphylococcus aureus ervaren. Grote epidemieën van stafylokokken infecties, waaronder huidinfecties, pneumonieën en furunkels, werden beschreven in zowel Europese als Amerikaanse ziekenhuizen (Smith, 2012). Ook ontstond er een snelle verspreiding van penicilline resistente S. aureus stammen en daarop ontstonden de eerste formele infectiepreventieprogramma’s. De Nederlandse overheid verzocht de Gezondheidsraad een rapport op te stellen over de preventie en bestrijding van ziekenhuisinfecties. Het eerste rapport verscheen in 1966 en heeft geresulteerd in een uitgebreid stelsel van wet- en regelgeving met betrekking tot hygiëne en infectiepreventie (Koeleman, 1999). Ook werd in 1980 de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) opgericht. In de WIP werkte de Vereniging voor Infectieziekten (VIZ) samen met de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM) en de Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG, vereniging van deskundigen infectiepreventie) en ontwikkelden richtlijnen ter preventie van zorg-gerelateerde infecties. In september 2020 is de WIP overgegaan naar het SRI (Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie), weke domein overschrijdend is met o.a. de ziekenhuizen en de Verpleeghuizen, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), met als doel dat er kwalitatief hoogwaardige infectiepreventie richtlijnen worden ontwikkeld voor en door de zorgprofessionals, en om bij te dragen aan goede en veilige zorg voor patiënten. De basis hiervoor is gelegen in wetenschappelijk onderzoek, ervaringen en meningen van experts en uitvoerders. De vele Infectiepreventie richtlijnen in ziekenhuizen en andere zorginstellingen zijn of worden afgeleid van deze SRI richtlijnen. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) beschouwen de SRI-richtlijnen en andere richtlijnen ontwikkeld door beroepsverengingen als professionele standaarden als norm bij handhaving. De SRI-richtlijnen zijn te vinden op de website van het SRI; www.sri-richtlijnen.nl.

In de ziekenhuizen wordt door de Hygiëne en Infectiepreventie, samen met de zorgverleners, lokale richtlijnen ontwikkeld om ziekenhuisinfecties te voorkomen en transmissie van micro-organismen tegen te gaan. De SRI maar ook de lokale omstandigheden zijn daarbij een belangrijke leidraad waarbij indien noodzakelijk alleen beargumenteerd van de SRI richtlijn wordt geweken.

De werkzaamheden en taken van Hygiëne en Infectiepreventie zijn:

  • Ontwikkelen van infectiepreventiebeleid
  • Gevraagd en ongevraagd infectiepreventie advies waaronder Isolatieadvies bij (potentieel) besmettelijke patiënten, reiniging, desinfectie en sterilisatie, bouw en verbouw, water en luchtbeheersing, inkoop en gebruik
  • Geven van voorlichting en scholing over infectiepreventie
  • Controle en bewaking door o.a. auditeren op het gebied van hygiëne en infectiepreventie
  • Opsporen, registreren en analyseren van ziekenhuisinfecties (‘surveillance’)
  • Uitbraakmanagement waaronder analyseren van transmissieroute ’s om preventieve maatregelen toe te passen en het coördineren van infectiepreventie maatregelen