Infectiepreventie op de kinderafdeling en NICU: een uitdaging
Bij zowel volwassenen als kinderen zijn met name bepaalde groepen patiënten at risk voor zorg gerelateerde infecties, onder andere neutropene patiënten, patiënten met intravasculaire katheters, en patiënten aan beademing. Ook het verblijf in een ziekenhuis op zich, waar zich BRMO bevinden, vormt voor zowel kinderen als volwassenen een risico. Er zijn echter specifieke aspecten die infectiepreventie tot een uitdaging maken bij met name jonge kinderen. Het immuunsysteem van jonge kinderen is nog naïef waardoor bepaalde, in het bijzonder gastro-intestinale en respiratoire infecties, makkelijker opgelopen worden, maar ook ernstiger kunnen verlopen en de micro-organismen langer uitgescheiden kunnen worden dan op oudere leeftijd.
Een bijzonder ziektebeeld bij zeer jonge kinderen en pasgeborenen betreft het Staphylococcal Scalded Skin Syndrome (SSSS). Dit ziektebeeld wordt veroorzaakt door een S. aureus die een specifiek toxine produceert. Een (premature) neonaat heeft nog onrijpe nieren, die deze toxines niet afdoende klaren. Bij vermenigvuldiging van deze toxine vormende S. aureus hopen de geproduceerde toxinen bij deze patiëntengroep op. Door de hoge concentratie aan toxine ontstaat het ernstige ziektebeeld met loslating van de huid veroorzaakt door dat toxine. Het circuleren van dergelijke stammen op een afdeling met neonaten vraagt specifieke infectiepreventie maatregelen ter voorkoming van transmissie.
Ander aandachtspunten ten aanzien van Infectiepreventie op deze afdeling betreffen de patiënten die opgenomen zijn met en community-acquired infecties zoals respiratoir syncitieel virus (RSV), rotavirus, varicella zoster virus, mazelenvirus en kinkhoest, welke makkelijk als bron kunnen dienen voor nosocomiale verspreiding naar andere kinderen met een nog weinig ontwikkeld immuunsysteem.. Verdere uitdagingen vormen het nauwe contact tussen kinderen in gezamenlijke ruimten of tussen kinderen en bezoek. Het niet goed kunnen controleren van ontlasting, het niet goed kunnen aanleren van hygiënisch gedrag bij kinderen (zoals wassen van handen), het niet makkelijk kunnen afnemen van diagnostiek (bijvoorbeeld een keelwat) en het niet goed kunnen uitleggen aan een kind waarom deze in de eenpersoonskamer moet blijven bij isolatie vormen een risico dat er verspreiding van micro-organismen plaats vindt. Daarnaast kunnen speelgoed en knuffels een bron zijn van potentiële pathogenen. Overigens net als huisdieren, maar deze zijn over het algemeen niet toegestaan (Posfay-Barbe, 2008).