Principes infectiepreventie
- Algemene voorzorgsmaatregelen
Infectiepreventie is gericht op het voorkomen van transmissie van micro-organismen. Dit wordt bewerkstelligd door ‘algemene voorzorgmaatregelen’ toe te passen, zo nodig aangevuld met extra maatregelen zoals isolatiemaatregelen. Algemene voorzorgsmaatregelen betreffen basismaatregelen die door alle medewerkers altijd moeten worden toegepast bij het verrichten van patiëntenzorg en bij het omgaan met patiënten materiaal. Ze zijn gebaseerd op (inter)nationale richtlijnen die o.a. zijn vastgesteld door de SRI. Deze maatregelen bestaan uit persoonlijke hygiëne maatregelen (o.a. nagels kort knippen, geen sieraden dragen aan handen en polsen, dragen van schone dienstkleding), juiste omgang met besmette materialen, en handhygiëne.
- Handhygiëne
Handhygiëne is de belangrijkste algemene voorzorgsmaatregel. In een groot aantal studies is het belang van handhygiëne aangetoond (Pittet, 2001; Larson, 2005; Pittet, 1999; Erasmus, 2010; Pittet 2009; van Dijk, 2019). Handhygiëne kan betrekking hebben op handreiniging met water en vloeibare zeep of handdesinfectie met handalcohol. Handdesinfectie met handalcohol heeft de voorkeur. Hiermee wordt een sterkere reductie in bacterie load bereikt (WHO guidelines; Mackenbach, 2007) en het is daarnaast makkelijk, snel en op elke plaats uitvoerbaar. Echter, in de volgende gevallen moeten handen worden gewassen met water en vloeibare zeep:
- Voor aanvang van de werkzaamheden
- Na toiletbezoek
- Bij zichtbare verontreiniging of als de handen plakkerig aanvoelen
De momenten waarop handhygiëne moet plaatsvinden zijn gedefinieerd door de WHO (figuur 1):
- Voor patiënten contact
Rationale: beschermen van patiënt tegen micro-organismen op handen van zorgverlener - Voor een aseptische behandeling
Rationale: beschermen van patiënt tegen micro-organismen, ook van patiënt zelf - Na blootstelling aan lichaamsvloeistof
Rationale: beschermen van zorgverlener en omgeving tegen micro-organismen van de patiënt - Na patiëntencontact
Rationale: beschermen van zorgverlener en omgeving tegen micro-organismen van de patiënt
- Na contact met patiënt omgeving
Rationale: beschermen van zorgverlener en omgeving tegen micro-organismen van de patiënt

Figuur 1. WHO-momenten van handhygiëne bij onderzoek van een kind. Let op: ook na aanraken van de patiënt omgeving dient er handhygiëne toegepast te worden (Bron: Australian Commission on safety and quality in health care).
Handhygiëne moet ook toegepast worden voor én na het uittrekken van handschoenen. Het dragen van handschoenen is geïndiceerd:
- Bij (mogelijk) in contact komen van de handen met bloed of andere lichaamsvloeistoffen of materialen die hiermee gecontamineerd zijn.
- Bij in contact komen van de handen met slijmvliezen of niet-intacte huid of materialen die hiermee in aanraking zijn geweest.
- Patiënten bij wie het dragen van handschoenen voorgeschreven is (invasieve ingrepen, isolatie).
- Isolatiemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen
Bronisolatie
In veel gevallen kan verspreiding van micro-organismen binnen het ziekenhuis worden voorkomen door algemene voorzorgsmaatregelen toe te passen. Wanneer deze maatregelen ontoereikend zijn, is isolatie van de patiënt geïndiceerd, ter bescherming van de medepatiënten en ziekenhuismedewerkers. Deze vorm van isolatie wordt bronisolatie genoemd. Welke vorm dient te worden toegepast is afhankelijk van de verspreidingsweg van het micro-organisme (tabel 1).
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Bij isolatiemaatregelen horen ook de in kolom 4 van tabel 1 genoemde persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgmedewerkers. FFP staat voor ‘Filtering Facepiece Particals ’. Het toegevoegde getal (FFP 2) drukt de mate uit waarin een masker de lucht die wordt ingeademd filtert van deeltjes van een bepaalde grootte, waaronder micro-organismen. Hoe hoger het getal hoe meer de lucht die wordt ingeademd wordt gefilterd en hoe meer bescherming het ademhalingsbeschermingsmasker biedt. Bij transmissie via aerosolen (bijvoorbeeld bij tuberculose) moet door een medewerker een FFP2 masker gedragen worden (SRI richtlijn Persoonlijke Beschermingsmiddelen). Bij transmissie via druppels (bijvoorbeeld influenza) volstaat een chirurgisch mondneusmasker type IIR. In de volgende gevallen moet een chirurgisch mond-neus masker type IIR gedragen worden: 1) indien de mond en neus van de medewerker in contact kunnen komen met lichaamsvloeistof van de patiënt, 2) bij kans op overdracht van micro-organismen vanuit (secreet uit) de neus en/of de mond van de medewerker naar de patiënt (het chirurgisch mondneusmasker is bedoeld lucht die wordt uitgeademd te filteren van micro-organismen), 3) bij kans dat de mond en neus, door aanraken met de handen/handschoenen, in contact komen met micro-organismen die zich makkelijk kunnen nestelen in de neus en keel (bijvoorbeeld MRSA).
Tabel 1. Overzicht van isolatievormen en bijbehorende maatregelen.
| Isolatie vorm | Voorbeeld van micro-organisme/ziektebeeld | Verspreidingsweg | Maatregelen |
| Contact | ESBL-positieve bacterie Pseudomonas BRMO Rotavirus VRE |
Direct via handen of via omgeving | Pt: eenpersoonskamer M: handschoenen, schort bij contact met de patiënt, lichaamsvloeistoffen en/of de patiëntomgeving Bij VRE, carbapenemase producerende micro-organismen (bijv. OXA-48), bij betreden kamer handschoenen en schort |
| Contact-druppel | RSV Influenza Kinkhoest Roodvonk |
Via druppels door hoesten/niezen over afstand van ca. 1,5 meter – direct/indirect |
Pt: eenpersoonskamer M: handschoenen, schort bij contact met de patiënt, lichaamsvloeistoffen en/of de patiëntomgeving, chirurgisch mondneusmasker type IIR |
| Aerogeen | Tuberculose | Via aerosolen | Pt: eenpersoonskamer met sluis en drukregeling (onderdruk in de kamer) M: filtermasker (FFP2) |
| Combinatie van contact/ druppel/aerogeen (bekend onder de term “strikt” |
MRSA Waterpokken |
Via lucht door hoesten/niezen, huidschilfers of aerosolen direct/indirect | Pt: eenpersoonskamer met sluis en drukregeling (onderdruk in de kamer) M: handschoenen, schort, chirurgisch mond-neus masker type IIR (MRSA) of FFP2 (waterpokken) , |
Afkortingen: Pt; patiënt, M; medewerker, VRE; vancomycine-resistente Enterococcus faecium, ESBL; extended spectrum beta-lactamase, RSV; respiratoir syncytieel virus, BRMO; bijzonder resistent micro-organisme, MRSA; meticilline-resistente Staphylococcus aureus, FFP; Filtering Face Piece. Bron: SRI richtlijnen MRSA, BRMO, en Isolatie.
Beschermende isolatie
Voor patiënten die langdurig neutropeen zijn en patiënten met brandwonden op een groot deel van het lichaam vormen micro-organismen uit de omgeving een groot infectierisico (CDC, 2000). Zij worden verpleegd in een eenpersoonskamer waarin de inkomende lucht met High Efficiency Particulate Air (HEPA) wordt gefilterd en overdruk heerst zodat deze schone lucht niet wordt vermengd met ongefilterde lucht uit andere ruimten. De medewerker neemt in ieder geval algemene voorzorgsmaatregelen. Overige maatregelen verschillen per ziekenhuis en hangen o.a. af van het ziektebeeld van de patiënt.
- Reiniging en desinfectie
Reinigen en desinfecteren van o.a. oppervlakten en instrumenten draagt bij aan voorkomen van transmissie van micro-organismen. Voor meer informatie omtrent dit onderwerp wordt verwezen naar de SRI-richtlijn reiniging en desinfectie; www.sri-richtlijnen.nl/reiniging-desinfectie-ruimten.