Behandeling

Empirische behandeling van invasieve schimmelinfecties

In neutropene patiënten met hematologische maligniteiten of na stamceltransplantatie waarbij na diagnostiek een verdenking is op invasieve pulmonale schimmelinfectie, wordt conform SWAB richtlijn initiële combinatietherapie met voriconazol plus liposomaal amfotericine B (L-AmB) of voriconazol plus echinocandine geadviseerd. De-escalatie vindt plaats op basis van kweek en PCR-resistentie bepalingen en klinisch effect van de therapie in overleg met kinderinfectioloog/mycoloog. Monotherapie L-Amb in een dosis van 3-5 mg/kg/d IV wordt door de SWAB richtlijn als tweedelijns keuze geadviseerd. De hoge dosering L-Amb wordt geadviseerd in geval van verdenking op een niet-Aspergillus infectie. Empirische therapie in geval van centraal zenuwstelsel lokalisatie bestaat uit L-Amb 5 mg/kg/d plus voriconazol (dosering zie kinderformularium).

 

Behandeling van invasieve pulmonale aspergillose met bewezen gevoeligheid voor azol

Behandeling door middel van voriconazol wordt geadviseerd op geleide van spiegels.

 

Behandeling van invasieve pulmonale aspergillose met gekende resistentie of onbekende gevoeligheid t.a.v. azol

In geval van gekende azol resistentie is behandeling met L-AmB het advies. Monotherapie met een echinocandine is slechts tweede keus gezien het fungistatisch karakter van echinocandine.

 

Behandeling van aspergillus sinusitis, cerebrale aspergillose

Voor de behandeling invasieve sinusitis, wordt combinatie van heelkunde en systemische antifungale therapie geadviseerd. Additionele lokale behandeling kan overwogen worden in samenspraak met mycologie expert. Bij cerebrale aspergillose wordt combinatietherapie van voriconazol (dosering zie kinderformularium) met L-AmB (5mg/kg/d IV) geadviseerd in afwachting van voriconazol gevoeligheidsbepaling van isolaat. Chirurgie dient overwogen te worden.