Inleiding

 

Invasieve schimmelinfecties zijn een belangrijke oorzaak van morbiditeit en mortaliteit onder immuungecompromitteerde en gehospitaliseerde pediatrische patiënten. Schimmelinfecties zijn te onderscheiden in infecties door schimmels in engere zin (filamenteuze schimmels bv. Aspergillus en Mucormycose) en infecties door gisten (bv. Candida). Het spectrum van pediatrische patiënten vatbaar voor invasieve schimmelinfecties is breed en omvat zowel secundair immuungecompromitteerde kinderen ten gevolge van chemotherapie, stamceltransplantatie, orgaantransplantie, kinderen die immunosuppressiva krijgen in het kader van auto-immuun ziekten als kinderen met aangeboren of primaire afweerstoornissen. Tevens lopen neonaten en oudere kinderen, die opgenomen zijn op de intensive care (IC, NICU) een verhoogd risico, met name op infectie door gisten.

Kinderen met AML, recidief ALL, autologe HSCT en ernstige aplastische anemie hebben een risico van meer dan 10% op het ontwikkelen van een invasieve schimmelinfectie gedurende hun behandeltraject. Bijkomstige risicofactoren zijn duur van neutropenie, mucotoxische chemotherapie, myeloablatieve conditionerening, HLA-mismatch graft, PICU opname en Graft-versus-Host ziekte (GvHD). Candida infecties zijn voornamelijk geassocieerd met prematuriteit en catheter gerelateerde infecties.

Onder de invasieve schimmelinfectie zijn Aspergillus species en Candida species de meest frequent voorkomende species. Mucormycosis is zeldzamer, maar kan klinisch niet onderscheiden worden van invasieve aspergillose. Mortaliteit van invasieve aspergillose bij kinderen varieert van 20-70%  en wordt negatief beïnvloed door persisterende neutropenie, post-HSCT, uitgebreidheid van pulmonale afwijkingen en disseminatie naar het centraal zenuwstelsel.

 

Terug naar boven